Handgeschreven ambtelijke notitie op een los blad.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een los blad. 7 juni 1944 (met latere aantekeningen van 9 juni en 17 juni 1944). Bovenaan rechts:
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier
Hoofdtekst:
Volgens mijn notitie heeft
niemand van de kooplieden dien dag
groenten te koop gehad.
Wat hier bedoeld werd zal
waarschijnlijk vrije handel zijn ge-
weest. Dit is dan ook buiten de
vischverkoopplaats verkocht.
Onderaan links (in zwarte inkt):
7 Juni '44
Daaronder (in rode inkt):
m. de heer Luijes
17-6-44 [Paraaf]
Onderaan midden (Paraaf):
[Onleesbaar, mogelijk 'JD']
Onderaan rechts (notitie in zwarte inkt):
M. i. opleggen
9-6-44
den * Inhoud: De schrijver rapporteert aan de Inspecteur van het Marktwezen over een onderzoek naar de verkoop van waren op een specifieke dag. Hij stelt vast dat er volgens zijn administratie geen officiële verkoop van "groenten" (of mogelijk een ander woord voor handelswaar) door de geregistreerde kooplieden plaatsvond. De conclusie is dat er sprake moet zijn geweest van "vrije handel" (vaak een eufemisme voor handel buiten de officiële kanalen om), aangezien de transactie buiten de reglementaire "vischverkoopplaats" is geschied.
* Paleografische opmerkingen: Het handschrift is een vlot, 20e-eeuws currens. De term "groenten" is enigszins ambigu geschreven, maar past in de context van markttoezicht; alternatief zou er "prooien" kunnen staan, wat in visserijtermen minder gebruikelijk is dan de verwijzing naar de visverkoopplaats zelf.
* Toestand: Het papier vertoont ouderdomssporen zoals vergeling en kleine perforaties aan de linkerzijde. Er is een donkere beschadiging/vlek aan de rechterrand. * Historische context: De datum 7 juni 1944 is cruciaal; dit is de dag direct na de geallieerde landing in Normandië (D-Day). In het bezette Nederland was de voedselvoorziening in deze periode streng gereguleerd door de crisisorganisaties. Controle op de visafslag en markthandel was intensief om de zwarte handel in te dammen.
* Institutionele context: De notitie is gericht aan de "Inspecteur van het Marktwezen", een functionaris verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van marktverordeningen. De term "alhier" suggereert een interne communicatie binnen een gemeentelijk apparaat (waarschijnlijk een havenstad met een visafslag). De aantekening "M. i. opleggen" (Mijns inziens opleggen) van 9-6-44 betekent dat de zaak na twee dagen als afgehandeld werd beschouwd en gearchiveerd kon worden. De rode notitie van 17-6-44 wijst op een latere kennisname door een specifieke ambtenaar (de heer Luijes). Marktwezen