Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 1 juli 1944. Onbekend (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). De WelEdelgestrenge Heer Inspecteur van het Marktwezen. Den WelEdeler Inspecteur Marktwezen
Andermaal deel ik mede dat tijdens de geringe vischaanvoer aan de Ten Katestraat in ’t geheel geen politieassistentie aanwezig is. Het is opmerkelijk dat bij grooter aanvoer van visch wel politiepersoneel beschikbaar is; dan verschijnen zelf meer agenten dan noodig is.
Zaterdag 1 Juli was geen politie aanwezig. Toen bekend werd dat de aanvoer gering was drong de geweldige menschenmassa geweldig op, oude vrouwtjes werden onder den voet geloopen, er ontstond een paniekstemming. Het was uitgesloten om den verkoop, ingevolge de instructie eerlijk te doen plaats vinden.
Ik heb telefonisch het politiebureau a.d. de Ruijterweg en het hoofdbureau met bovenstaande in kennis gesteld en dringend verzocht om assistentie. Van het bureau a.d. de Ruijterweg werd mij medegedeeld dat wij niet dagelijks op assistentie kunnen rekenen, wegens gebrek aan personeel. Als er een agent beschikbaar was, dan zou ik hem wel zien verschijnen.
Ik verzoek de politieautoriteiten mede te deelen dat onder vorenomschreven omstandigheden ernstige onlusten en onregelmatigheden niet zullen uitblijven.
Het is beslist noodig dat dagelijks om 10 en 14 uur ter plaatse politieassistentie aanwezig is.
Amsterdam, 1 Juli ’44
(Handtekening onleesbaar)
[Marginale aantekeningen en stempels:]
* Links boven: Instr. Dir.
* Links onder: Gezien 3-7-44 de Heer (?)
* Onder midden: Stempel: Nº 27/14/1 M. 1944 3/7
* Rechts onder: Telef. gesproken met Hr. Kraaihema – deze vergeleek met het afschrift rapp Marktdienst 3-7-44 De kern van dit schrijven is een noodkreet over de veiligheid en de openbare orde tijdens de voedseldistributie. De schrijver klaagt over een gebrek aan politie-inzet op momenten van schaarste. Juist wanneer er weinig vis is, is de sociale druk en de drang van de hongerige bevolking het grootst.
De tekst schetst een grimmig beeld: "oude vrouwtjes werden onder den voet geloopen" en er heerste een "paniekstemming". De marktmeester stelt dat hij zijn instructies voor een eerlijke verdeling ("verkoop eerlijk te doen plaats vinden") niet kan uitvoeren zonder bescherming. De reactie van het politiebureau aan de De Ruijterweg ("gebrek aan personeel") typeert de machteloosheid of prioriteitstelling van de opsporingsdiensten in de laatste fase van de bezetting. Dit document dateert van 1 juli 1944, minder dan een maand na D-Day. De spanning in bezet Nederland nam toe en de voedselvoorziening werd steeds nijpender. Vis was een van de weinige bronnen van proteïne die nog enigszins (zij het onregelmatig) beschikbaar was buiten de zwarte markt om.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een vitale plek voor de voedselvoorziening van de lokale bevolking. De brief illustreert de directe aanloop naar de beruchte Hongerwinter (1944-1945). Het laat zien hoe de sociale cohesie onder druk kwam te staan door schaarste, waarbij zelfs de meest kwetsbaren (de "oude vrouwtjes") niet werden ontzien in de strijd om voedsel. De bureaucratische afhandeling (de stempels en marginale opmerkingen) laat zien dat het apparaat van de Marktdienst probeerde de orde te handhaven in een stad die op het punt stond te bezwijken onder de oorlogsomstandigheden. Marktwezen (Inspecteur) Hoofdbureau Marktwezen Politie