Archiefdocument
Origineel
25 mei 1944 (Amsterdam). Mevr. Cornelia Jacoba v. Vreuls-Velin, woonachtig aan de Lindengracht 147-II, Amsterdam. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. [Koptekst]
Nº 28/10/1 M. 1944 26/T
A'dam 25-5-'44
92
[Brieftekst]
Aan de Directie v. h. marktwezen.
Mijne Heeren.
Ondergetekende, Cornelia Jacoba v. Vreuls-Velin
wonende Lindengr. 147 II te A'dam geb 7-2-'15
neemt de vrijheid U te vragen, (daar zij in
1938-'39, op de Lindengracht en Noordermarkt heeft
gestaan met 2e hands kleeding) of de heren zo
goed zouden willen zijn, het even na te willen zien,
en zij daar een afschrift of bewijsje daar van zou
krijgen, om zodoende een O. V. vergunning en
vaste standplaats op de Lindengracht te ver-
krijgen.
Hopende dat haar schrijven beantwoord wordt, tekent
zij met eerbied en meeste hoogachting. Uw d.w. dienaares
[Ondertekening]
C. J. v. Vreuls-Velin
Lindengracht 147 II
A'dam.
[Ambtelijke kanttekeningen en afhandeling]
→ Rijksbureau voor Textiel.
Opgeroepen e.d.d.
moet nadere inlichtingen geven
L. 6/6.
Mej. v. Vreuls-Velin maakte mij geregeld ge-
bruik van de markt Artikel 2e hands goederen, ook Textiel
Welke periode?
reeds vanaf 1938.
tot heden.
[In paars kader:]
Aan wie moet verklaring worden gezonden? Zelf 17-7-'44
[Rechtsonder:]
Tegen afgifte verklaring bestaand [?] geen bezwaar.
11-7-44
de Boer 28 Dit document biedt een inkijkje in de marktregulering in Amsterdam tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog.
* Doel van de schrijfster: Cornelia Jacoba v. Vreuls-Velin (29 jaar oud) probeert haar handel in tweedehands kleding te formaliseren. Ze vraagt om een officieel bewijs dat ze al vóór de oorlog (sinds 1938) op de markt stond, om zo in aanmerking te komen voor een vaste vergunning.
* Bureaucratische afhandeling: De brief is voorzien van diverse ambtelijke aantekeningen. Er wordt contact gezocht met het Rijksbureau voor Textiel om haar status te verifiëren. De notities bevestigen dat zij inderdaad "geregeld" gebruikmaakte van de markt voor tweedehands goederen.
* Besluitvorming: De afhandeling duurt bijna twee maanden. Op 11 juli 1944 geeft een ambtenaar (De Boer) akkoord voor de afgifte van de verklaring, waarna op 17 juli wordt genoteerd dat de verklaring aan haarzelf gezonden moet worden. De datum (mei-juli 1944) is cruciaal voor het begrijpen van dit document. Nederland verkeerde in de laatste periode van de Duitse bezetting.
1. Textielschaarste: Nieuwe stoffen en kleding waren vrijwel niet meer verkrijgbaar en gingen op de bon (distributie). De handel in tweedehands kleding op markten zoals de Lindengracht en Noordermarkt in de Jordaan was hierdoor een essentiële levensader voor de Amsterdamse bevolking geworden.
2. Rijksbureau voor Textiel: Dit bureau controleerde tijdens de bezetting de gehele textielsector. Zelfs voor de handel in oude kleding waren strikte vergunningen nodig om zwarte handel tegen te gaan.
3. Vaste standplaats: Een vaste plek op de markt bood in deze onzekere tijden een zekere mate van economische veiligheid en legitimiteit tegenover de controlerende instanties. De schrijfster benadrukt haar vooroorlogse ervaring om haar recht op een plek op de populaire Lindengrachtmarkt op te eisen.