Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Mevr. C. Dykstal-De Groote, wonende aan het Limburg Stirumplein 26 II, Amsterdam. 27 Juli 44
257
[paraf]
Directeur.
Door ziekte en overlijden
van mijn man is mijn standplaats
Lindengracht ingenomen. Daar
ik nu weer met Handel wil
gaan staan, had ik gaarne
mijn plaats weer terug.
Vak. Groente Erkenning is in
mijn bezit. Mijn plaatsnummer
was 216. Hopende mijn
plaats terug te krijgen
In afwachting
C. Dykstal. De Groote
Limburg Stirumplein 26 II
A. dam.
[Stempel:] Nº 28/12/1 M. 1944 27/7
[Ambtelijke aantekeningen onderaan:]
Links: Geen toewijzingen; met vernieuwde aanvraag indienen. min bergin [?].
Rechts: Oproepen 31-7-44 [onleesbaar]. opger. per 7/8 44.
Midden onder: P 28/7 44 HD 28. De brief is een direct en dwingend verzoek van een weduwe die door persoonlijke tegenslag (ziekte en het overlijden van haar echtgenoot) haar economische basis, een marktkraam, is kwijtgeraakt.
De kernpunten zijn:
1. Rechtvaardiging: Zij voert aan dat de standplaats (nummer 216 op de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan) "ingenomen" is tijdens haar afwezigheid.
2. Kwalificatie: Zij benadrukt in het bezit te zijn van de vereiste "Vak. Groente Erkenning", wat aantoont dat zij officieel bevoegd is om in groenten te handelen.
3. Ambtelijke afhandeling: De stempels en handgeschreven notities onderaan tonen de bureaucratische gang van zaken. Hoewel er genoteerd staat "Geen toewijzingen", suggereren de data (31-7 en 7-8) dat de vrouw is opgeroepen voor een gesprek of nadere toelichting. Het document dateert van juli 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Dit is een periode van extreme schaarste en strikte regulering van de voedselvoorziening. Standplaatsen op markten zoals de Lindengracht waren cruciaal voor de overleving van zowel de handelaar als de buurtbewoners.
Het feit dat zij als vrouw de handel van haar overleden man wil voortzetten, was in die tijd een gebruikelijke manier voor weduwen om in hun eigen onderhoud te voorzien. De vermelding van de "Vak-erkenning" is hierbij essentieel; onder de Duitse bezetting was de distributie van goederen en de toelating tot de handel streng genormeerd door organisaties zoals de Rijksvoedselvoorziening. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de bureaufcracie in oorlogstijd vlak voor de Hongerwinter.