Doorslag van een officiële brief (besluit).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit). 8 maart 1944. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (J.L. Strak). [Linksboven, gestempeld/getypt:]
№ 30/3/5
[Middenboven, grote paarse stempel:]
M.1944 8/3
[Daaronder, ronde stempel:]
C
[Rechtsboven, handgeschreven in blauw potlood/inkt:]
v
up. dir
dikt mnp
[Uiterst rechtsboven, handgeschreven:]
Decen(?)
071
[Hoofdtekst:]
5/13 '44
8 Maart 1944.
Standplaats op het Waterlooplein.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 15 Januari 1944, waarin U zich er
over beklaagt, dat U geen plaats op de markt op het Waterlooplein wordt
toegewezen, deel ik U mede, dat ik ter zake een onderzoek heb doen in-
stellen. Naar aanleiding daarvan werd mij gerapporteerd, dat Uw omzet
- met name in de periode van 20 December 1943 - 14 Januari 1944 zóó ge-
ring is, dat U geen standplaats op een markt behoort te worden verleend.
VM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(get.) J. L. Strak
[Linksonder, handgeschreven:]
Tr. Dekker
--- Deze brief is een formeel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger van de brief had zich beklaagd over het feit dat hem/haar geen marktplaats op het Waterlooplein was toegewezen. De wethouder wijst dit beklag resoluut af.
De reden voor de afwijzing is puur economisch van aard: na een onderzoek is gebleken dat de omzet van de betreffende handelaar in de periode rond de jaarwisseling 1943-1944 "zóó gering" (zo klein) was, dat men vond dat deze persoon geen recht had op een schaarse standplaats. De toon is zakelijk, bureaucratisch en onverbiddelijk.
--- De datum, maart 1944, plaatst dit document diep in de bezettingstijd. Amsterdam stond op dat moment onder streng toezicht van de Duitse bezetter en de met hen collaborerende NSB-bestuurders. J.L. Strak, de ondertekenaar, was een NSB-wethouder.
Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt en de locatie van een beroemde Joodse markt. In maart 1944 was de Joodse bevolking van Amsterdam echter grotendeels weggevoerd. De markt bestond nog wel, maar werd nu strikt gereguleerd door de bezettingsautoriteiten. In een tijd van extreme schaarste en distributie was een standplaats op de markt een kostbaar goed. Dit document illustreert hoe de overheid marginale handelaren simpelweg de toegang tot de markt ontzegde op basis van omzetcijfers, in een poging de economie volledig te controleren.