Ambtelijk schrijven/rapportage van de Marktdienst.
Origineel
Ambtelijk schrijven/rapportage van de Marktdienst. 17 januari 1944 t/m 1 februari 1944. [Bovenaan de pagina, vervolg van een vorige pagina]
Verzoeke Uwe medewerking, opdat bovenge-
noemde plaatsen op korten termijn worden inge-
trokken.
[Rechtsonder de eerste alinea]
Amsterdam, 17 Jan. ’44
G J Moerkerken (get.)
chef marktopzichter
[Linkerkant, in rode inkt geschreven marge-notitie]
Gerekend te zijn ingegaan
1 Jan ’44 ingetrokken
wegens wanbetaling [paraf]
[Midden van het document]
In verband met het hierboven gerapporteerde
geef ik U in overweging de plaatsen
van de in dit rapport genoemde kooplieden
in te trekken.
[Rechtsonder de tweede alinea]
19-1-’44
de Boer
[Midden, in rode inkt geschreven]
ter Insp.
De betr. bepaling omtrent [?] (verplaatsing marktst.)
laatste tijd reeds toegepast bij andere daghanden.
In verband hiermede zaak verder bespreken 22-1-44
[Onderste gedeelte, diverse handgeschreven notities]
F Is langen tijd niet geweest. Stond met soep, heeft echter
pas voorstel toewijzing terug ontvangen. 18 24/1 ’44.
L Opgeg. per 26/1 ’44 [paraf]
I = Ingetrokken per 1/2 ’44
thans onbekend [paraf]
[Helemaal onderaan]
H. van Moerkerken, ter kennisneming en retour
[paraf] 1/2 ’44 Dit document is een administratieve afhandeling van het intrekken van marktvergunningen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de tekst is een advies van de chef-marktopzichter aan zijn superieuren om de standplaatsen van bepaalde kooplieden in te trekken.
Er worden verschillende redenen voor intrekking genoemd:
1. Wanbetaling: In de rode kantlijn wordt expliciet vermeld dat de intrekking per 1 januari 1944 is geschied wegens het niet betalen van het staangeld.
2. Afwezigheid: Een van de kooplieden (aangeduid met 'F') is "langen tijd niet geweest". Interessant is de vermelding dat deze persoon "met soep stond", wat duidt op de verkoop van vloeibaar voedsel, een veelvoorkomend verschijnsel in de schaarste-economie van 1944.
3. Onbekende verblijfplaats: Bij een andere koopman ('I') wordt vermeld dat deze "thans onbekend" is.
De vele parafen en data (17 jan, 19 jan, 22 jan, 24 jan, 26 jan en 1 feb) laten zien hoe een dergelijk besluit door de ambtelijke molen ging. Het document dateert uit januari 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de controle op de distributie van goederen en de ordening van de markten zeer streng. De markten waren essentieel voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking, maar kampten met enorme tekorten.
De vermelding van de verkoop van "soep" is tekenend voor de tijd; gaarkeukens en de verkoop van eenvoudige maaltijden op straat waren cruciaal omdat veel huishoudens zelf geen brandstof of ingrediënten meer hadden om te koken. Het feit dat vergunningen werden ingetrokken wegens "wanbetaling" of "afwezigheid" suggereert dat de economische omstandigheden voor marktkooplieden precair waren: men had óf geen handel meer om te verkopen (en bleef dus weg), óf men had geen geld meer om de leges te voldoen. De ambtelijke toon van het document blijft echter zakelijk en onverstoorbaar onder de oorlogsomstandigheden.