Brief / Verzoekschrift voor een marktvergunning.
Origineel
Brief / Verzoekschrift voor een marktvergunning. 12 maart 1944. A.L. Kortbeek, Plantage Doklaan 32-hs, Amsterdam Centrum. [Bovenkant document, diverse aantekeningen]
Nº 30/23/1 M. 1944 Amsterdam 12-3-'44 835
Mijnheer
Hiermede vraag ik U beleefd om een vaste
standplaats op het Waterlooplein.
Ik ben reeds in het bezit van een vergun-
ning voor het Amsteldveld en de
Albert Cuijpstraat het nummer dezer
vergunning is A35/290970. Maar ik
zou graag in het bezit willen komen
van een vergunning voor een vaste
standplaats op het Waterlooplein.
En dat beiden bovenvermelden stand-
plaatsen dan vervallen. Het is voor
de verkoop van 2e hands rijwielen en
onderdelen enz. enz.
[Handgeschreven in rood:]
niet gewenscht dezen handel
op W plein uit te breiden (Zwijntjes centrum)
In afwachting op een
gunstig antwoord teken ik
[Handgeschreven in rood/blauw linksonder:]
m. i. afwijzen
Zie opmerking
brief 9-12-'43
delta [?]
A.L. Kortbeek
Plantage Doklaan 32-hs
Amsterdam
Centrum
[Marginale aantekeningen rechtsonder:]
afwijzen
19-5-44
Gezien
26-5-44
deltas [?] In dit document verzoekt de heer A.L. Kortbeek om een vaste marktplaats op het Waterlooplein. Hij biedt aan zijn huidige vergunningen voor het Amsteldveld (Amstelveld) en de Albert Cuypstraat in te leveren in ruil voor deze nieuwe plek. Zijn handel bestaat uit tweedehands fietsen en fietsonderdelen.
De ambtelijke reactie, genoteerd in rood over de tekst heen, is resoluut afwijzend. De reden die wordt opgegeven is dat het "niet gewenscht" is om deze specifieke handel op het Waterlooplein uit te breiden. De toevoeging "(Zwijntjes centrum)" is saillant; in de marktterminologie van die tijd verwees 'zwijntjes' vaak naar handel in gestolen goederen of ongereguleerde handel (zwarte markt). De ambtenaar suggereert hiermee dat het Waterlooplein al een concentratiepunt voor dergelijke twijfelachtige handel is en dat men dit niet verder wil faciliteren. De definitieve afwijzing wordt onderaan bevestigd met data in mei 1944. Dit document stamt uit maart 1944, een periode van diepe crisis tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De handel in tweedehands rijwielen was in deze tijd uiterst lucratief en gevoelig, aangezien nieuwe fietsen niet meer geproduceerd werden voor burgers en veel fietsen door de bezetter in beslag waren genomen ("vorderingen").
Het Waterlooplein was van oudsher de kern van de Joodse markt in Amsterdam. Na de deportaties van de Joodse bevolking was het karakter van de markt drastisch veranderd en stond het onder streng toezicht van de nationaalsocialistische overheid en collaborerende gemeentelijke instanties. De bureaucratische afhandeling van marktvergunningen werd gebruikt om de controle op de schaarse goederenstroom en de zwarte handel te handhaven. De verwijzing naar "Zwijntjes" in de ambtelijke kanttekening illustreert het wantrouwen van de autoriteiten jegens deze sector van de straathandel tijdens de oorlogsjaren. A.L. Kortbeek