Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 15 maart 1944. P. Raap. Onbekend (geadresseerd als "Mijnheer", waarschijnlijk een marktinspecteur of gemeentelijk ambtenaar). Amsterdam. 15/3 1944
adv. Insp.
Mijnheer
Met deze verzoek ik u beleefd mij eenig
antwoord te sturen voor het volgende. Ik heb
eenige tijd terug een aanvraag gericht voor
een reserveplaats op de Houtmarkt h/ Waterloo
plein. De marktmeester heeft het briefje ingestuurd
aangaande hij mij kon van voorheen op de
Nieuwmarkt. Nu heb ik al gevraagd op het
kantoor daar hoorde ik dat u het in behandeling
had. Ik zit met handel en wilde dit graag op
de markt brengen.
Hoogachtend P. Raap. In deze korte brief verzoekt de heer P. Raap om uitsluitsel over een eerder ingediende aanvraag voor een reserveplaats op de Houtmarkt, nabij het Waterlooplein in Amsterdam.
De schrijver voert aan dat de marktmeester de aanvraag al heeft doorgestuurd, mede omdat deze hem nog kende van zijn eerdere werkzaamheden op de Nieuwmarkt. De urgentie van het verzoek wordt aan het einde benadrukt met de zin "Ik zit met handel", wat suggereert dat de schrijver voorraden heeft die hij zo snel mogelijk moet verkopen om inkomsten te genereren of bederf te voorkomen. De stijl is beleefd doch direct. De brief is gedateerd op 15 maart 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De economische situatie in Amsterdam was in deze periode uiterst precair.
De genoemde locaties (Waterlooplein en Nieuwmarkt) vormden vanouds het hart van de Amsterdamse markthandel. De Joodse bevolking, die historisch gezien een zeer groot aandeel had in de handel op deze markten, was tegen 1944 grotendeels weggevoerd. Dit zorgde voor grote verschuivingen in het marktwezen en de toewijzing van standplaatsen. Dat de afzender benadrukt dat hij "van voorheen" bekend is bij de marktmeester, kan een poging zijn om zijn betrouwbaarheid en ervaring aan te tonen in een tijd van strikte regulering en schaarste. De notitie "adv. Insp." bovenin de brief duidt waarschijnlijk op een ambtelijke doorverwijzing naar de Inspecteur van het marktwezen. P. Raap Marktwezen