Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag van een onderhoud.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag van een onderhoud. Vermeldt "1.11.’43" en "Dinsdag 27 d.l." (waarschijnlijk oktober 1943). [Bovenaan rechts:] geb. 1.6.’81
[Bovenaan rechts, tweede kolom:] bij Dir.
[Bovenaan rechts, derde kolom:] v.a. 1.11.’43 / mutatie / v. Leiden.
bezoek Weisz ( 64 jaar )
op Dinsdag 27 d.l.
28 Joodsch-artikelen
15 jaar marktkoopman
binnenhuisbediende daarvoor.
Heeft zich altijd gehouden aan orde-
bepalingen.
Moest f 0.25 bijbetalen; heeft dit
geweigerd. Op vraag v. W. waarom
hij moest bijbetalen; heeft hij geen
antwoord gekregen.
Heeft onderhoud gevraagd bij Walth. ,
doch wordt nu verzocht te komen
bij Dir. N.Z. !!
[In de marge twee verticale rode strepen:]
Bij Soc-Zaken bekend als „de bonte
hond”.
Kinderen v. W. zijn ontvoerd
door de bekende autoriteit v.
het Nederlandsche gezag. Het document is een verslag van een ontmoeting met een man genaamd Weisz, die op dat moment 62 jaar oud was (hoewel de tekst '64 jaar' vermeldt, komt dit niet overeen met het geboortejaar 1881 in 1943). Weisz was een voormalig marktkoopman die blijkbaar in conflict was geraakt met de autoriteiten over een kleine betaling van 25 cent.
De notitie schetst een beeld van een man die enerzijds als ordelijk wordt omschreven, maar bij de Sociale Zaken bekend staat als "de bonte hond" (een buitenbeentje of lastig persoon). De tekst is zakelijk, maar de laatste regels zijn zeer beladen: er wordt melding gemaakt van het feit dat zijn kinderen zijn "ontvoerd" door de autoriteiten. Het gebruik van het woord "ontvoerd" in een officieel document uit deze periode is opvallend en duidt op een sterke dramatiek of een kritische ondertoon van de schrijver over de deportaties. Dit document stamt uit november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "Joodsch-artikelen" en de context van de "ontvoering" van kinderen wijzen onomstotelijk op de Jodenvervolging.
In deze fase van de oorlog waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking in volle gang. Het "Nederlandsche gezag" waarnaar verwezen wordt, betreft de Nederlandse bureaucreatie (zoals de politie of de Joodse Raad) die onder Duitse dwang of collaboratie meewerkte aan het arresteren en wegvoeren van Joodse burgers. De notitie laat zien hoe de Holocaust zich niet alleen voltrok in grote transporten, maar ook verweven was met kleine administratieve pesterijen en individuele tragedies binnen de lokale bureaucratie. Politie