Handgeschreven memo of interne notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of interne notitie. April - mei 1944. [Bovenaan het document is een kader met tekst onleesbaar gemaakt door middel van kruislingse krassen]
In de nacht moeten controleurs
elkaar kunnen signaleeren
b.v. [met een] fluitje. In dat geval moet
ook de hondenwacht op dit
alarmsignaal reageeren. -
Zou het niet raadzaam
zijn dat altijd 2 man aan de
poort zijn des nachts!
[In diagonaal geschreven tekst, rechterzijde:]
Voorloopig
opb. [?]
vdA [paraaf]
[In rode inkt/potlood onderaan:]
M. Luburgh [?]
14-4-44
besproken 1/5 44
Betreft def. regeling t.a.v.
gebruik fluitje signaal. - Seincode.
besproken 28-4-44 Dit document is een intern voorstel betreffende de beveiliging tijdens de nachtelijke uren, waarschijnlijk binnen een fabriek, een kamp of een bewaakte instelling tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kern van het bericht is een veiligheidsprotocol:
1. Communicatie: Controleurs moeten elkaar kunnen waarschuwen met een fluitje.
2. Coördinatie: De 'hondenwacht' (de wachtbeurt tussen middernacht en 4 uur 's ochtends) moet op dit signaal reageren.
3. Bezetting: De schrijver stelt voor om de bezetting bij de poort te verhogen naar minimaal twee personen voor de veiligheid.
De rode aantekeningen onderaan duiden op de administratieve afhandeling. Het voorstel is op verschillende data besproken (14 april, 28 april en 1 mei 1944), wat aangeeft dat er serieus werk werd gemaakt van een "definitieve regeling" en een specifieke "seincode" voor het gebruik van het fluitje. De datum (april/mei 1944) plaatst dit document in de context van de Duitse bezetting van Nederland, vlak voor de geallieerde invasie in Normandië. In deze periode was de spanning hoog; er was sprake van toenemende sabotageacties door het verzet en verscherpte bewaking bij strategische objecten en bedrijven door de bezetter of de door hen gecontroleerde instanties.
De term "hondenwacht" is van oorsprong een maritieme term voor de wacht van 00:00 tot 04:00 uur, maar werd ook in de bewakingswereld op het land gebruikt. De noodzaak voor een "seincode" suggereert dat men verschillende signalen wilde onderscheiden (bijvoorbeeld 'onraad', 'alles veilig' of 'assistentie nodig'), om verwarring tijdens de duisternis te voorkomen. M. Luburgh