Archief 745
Inventaris 745-426
Pagina 287
Dossier 106
Jaar 1944
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk memo/rapport.

22 januari 1944.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk memo/rapport. 22 januari 1944. A'dam 22-1-44

In aansluiting van het rapport van controleur
v/d Hoek meld ik u het volgende. Intussen
is het geval met schipper Mantel door ondergetekende
gerapporteerd. Mantel had voor zijn schip, de
"Vrouw Catharina", kadegeld betaald. Een gedeelte
van de lading (bloembollen) heeft hij overgeladen
in het schip van schipper v/d Linde, bestemd voor
Russe. v/d Linde is toen vrijgesteld van kadegeld.
De laatste tijd wordt als maatstaf aangenomen
dat voor alle schepen die ligplaats nemen aan de kade
kadegeld moet worden betaald.
Is het, dat er niet wordt gelost of geladen, dan
wordt dergelijk schip als lichter berekend. P Blom

[Linksonder in rood potlood geschreven:]
betalen 25-1-44 Het document is een verslag over een specifieke administratieve kwestie betreffende de heffing van 'kadegeld' (havenrechten voor het liggen aan een kade).

De casus betreft schipper Mantel van het schip "Vrouw Catharina", die bloembollen vervoerde. Hij had zijn kadegeld reeds voldaan, maar hevelde een deel van zijn lading in de haven over naar het schip van schipper v/d Linde. In eerste instantie werd v/d Linde vrijgesteld van betaling, waarschijnlijk omdat de goederen niet direct van de kade kwamen maar van een ander schip.

De auteur, P. Blom, verduidelijkt echter dat de huidige richtlijn strenger is: ieder schip dat fysiek een ligplaats aan de kade bezet, is betalingsplichtig. Wanneer een schip enkel fungeert als tussenstation zonder direct van de wal te laden of te lossen, wordt het tarief voor een 'lichter' (overslagvaartuig) gehanteerd. De rode aantekening linksonder duidt op de afhandeling van de betaling enkele dagen later. De datum van het document, januari 1944, plaatst de correspondentie in de late periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de economische schaarste, bleef de bureaucratische machine van de haven van Amsterdam functioneren.

De handel in bloembollen werd zelfs in oorlogstijd voortgezet, deels voor export om deviezen te genereren. Dit document illustreert de strikte handhaving van gemeentelijke verordeningen en de noodzaak voor de stad om inkomsten te genereren uit havenrechten. Het toont tevens aan hoe gedetailleerd dergelijke logistieke handelingen werden vastgelegd en gecontroleerd door beambten zoals 'controleur v/d Hoek'.

Samenvatting

Het document is een verslag over een specifieke administratieve kwestie betreffende de heffing van 'kadegeld' (havenrechten voor het liggen aan een kade).

De casus betreft schipper Mantel van het schip "Vrouw Catharina", die bloembollen vervoerde. Hij had zijn kadegeld reeds voldaan, maar hevelde een deel van zijn lading in de haven over naar het schip van schipper v/d Linde. In eerste instantie werd v/d Linde vrijgesteld van betaling, waarschijnlijk omdat de goederen niet direct van de kade kwamen maar van een ander schip.

De auteur, P. Blom, verduidelijkt echter dat de huidige richtlijn strenger is: ieder schip dat fysiek een ligplaats aan de kade bezet, is betalingsplichtig. Wanneer een schip enkel fungeert als tussenstation zonder direct van de wal te laden of te lossen, wordt het tarief voor een 'lichter' (overslagvaartuig) gehanteerd. De rode aantekening linksonder duidt op de afhandeling van de betaling enkele dagen later.

Historische Context

De datum van het document, januari 1944, plaatst de correspondentie in de late periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de economische schaarste, bleef de bureaucratische machine van de haven van Amsterdam functioneren.

De handel in bloembollen werd zelfs in oorlogstijd voortgezet, deels voor export om deviezen te genereren. Dit document illustreert de strikte handhaving van gemeentelijke verordeningen en de noodzaak voor de stad om inkomsten te genereren uit havenrechten. Het toont tevens aan hoe gedetailleerd dergelijke logistieke handelingen werden vastgelegd en gecontroleerd door beambten zoals 'controleur v/d Hoek'.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 14

A.F. Kitsz Waterlooplein
A.F. Kitsz Waterlooplein
C. Kool Waterlooplein
D. de Vries Waterlooplein 39355
D. de Vries Waterlooplein 39355
Noord-Holl. Bevelanders Waterlooplein 924.30
Schip "Dina" Waterlooplein opslag in
Schip "Dina" Waterlooplein
Schip "Energie". Waterlooplein " 4.902.--
Schip "Onderneming" Waterlooplein
Schip "Tijd zal 't leeren". Waterlooplein F. 2.342.30
Schip "Twee Gebroeders" Waterlooplein
Schip "Verwisseling". Waterlooplein " 2.977.38
F.W. Schip Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 6