Archiefdocument
Origineel
30 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke opslag- of distributiedienst). Directeur van de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, Van Reigersbergenstraat 4, Amsterdam ("Alhier"). 37/16/8 M. [handgeschreven in paars:] verzonden 30/3 RP.
30 Maart 1943,
Aan den Heer Directeur van den
Centralen Dienst voor de
Levensmiddelenvoorziening,
Van Reigersbergenstraat 4.
A l h i e r.
Ingevolge Uw verzoek doe ik U hieronder opgave toekomen
betreffenden den opslag van stapelgroenten(wintervoorraad)
en aardappelen respectievelijk per 24 en 27 Maart jl.
De Directeur,
Winteropslag stapelgroenten per 24 Maart 1943.
Wortelen 320.000 kg.
Uien 465.000 "
Kool 360.000 "
Rapen 1.000.000 "
2.145.000 kg.
=========
Voorraad aardappelen op 27 Maart 1943.
13.813.000 kg.(= 197.329 Hl.) * Vorm: Getypt document op officieel papier met een handgeschreven verzendnotitie. De lay-out is overzichtelijk met onderstrepingen voor titels en totalen.
* Inhoud: Het document rapporteert de exacte omvang van de strategische voedselvoorraden in de regio Amsterdam aan het einde van de winter van 1943. De nadruk ligt op 'stapelgroenten' (houdbare groenten zoals wortelen en kool) en een zeer grote hoeveelheid aardappelen (bijna 14 miljoen kilo).
* Opmerkelijk: De handgeschreven notitie "verzonden 30/3" is een administratieve check om te bevestigen dat de informatie op de dag van datering daadwerkelijk is verstuurd. * Oorlogstijd: Dit document stamt uit het vierde jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voedsel was schaars en de distributie werd streng gecontroleerd door de overheid via de Levensmiddelenvoorziening.
* Locatie: Het adres Van Reigersbergenstraat 4 in Amsterdam was de locatie van de Gemeentelijke Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (GDL). Deze dienst was verantwoordelijk voor de opslag en verdeling van voedsel over de stad.
* Betekenis: De gerapporteerde voorraden waren cruciaal voor de overleving van de Amsterdamse bevolking. Aan het einde van de winter (maart) was het essentieel om te weten hoeveel 'wintervoorraad' er nog resteerde voordat de nieuwe oogst beschikbaar zou komen. Dit type administratie vormt de basis voor het begrijpen van de logistieke uitdagingen tijdens de oorlogsjaren.