Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift voor het archief). 22 februari 1944. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld, mogelijk een plaatselijk bureau voor de Voedselvoorziening of Distributiekring). Aan- en Verkoopkantoor voor Mosselen, te Bergen op Zoom (NB). Verzonden 22/2
46a/28/2M. SV.
22 Februari 1944.
Aan het Aan- en Verkoopkantoor voor Mosselen,
te
BERGEN OP ZOOM (NB).
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 Februari 1944 L/M bericht ik U, dat dezerzijds tegen inwilliging van het verzoek van A.Mulder geen bezwaar bestaat, aangezien deze ook in vorige jaren mosselen heeft gekookt.
Wat het verzoek van B.Rietveld betreft is mij niet gebleken, dat hij in vorige jaren mosselen heeft gekookt, zijn verzoek dient mijns inziens te worden afgewezen.
De Directeur, De kern van deze brief is een ambtelijk advies over het toekennen van vergunningen of toestemmingen voor het commercieel koken van mosselen. Er worden twee individuen behandeld:
1. A. Mulder: Krijgt een positief advies. De motivatie hiervoor is 'historisch recht': omdat hij in het verleden ook al mosselen kookte, mag hij dit blijven doen.
2. B. Rietveld: Krijgt een negatief advies. Zijn verzoek moet worden afgewezen omdat er geen bewijs is dat hij dit ambacht in voorgaande jaren reeds uitoefende.
De schrijfstijl is kort, zakelijk en besluitvaardig, typerend voor de bureaucratische correspondentie uit die tijd. De brief dateert van februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de gehele voedselvoorziening en handel streng gereguleerd door de overheid (onder toezicht van de bezetter) om schaarste te beheersen en distributie te controleren.
Het Aan- en Verkoopkantoor voor Mosselen was een specifiek overheidsorgaan dat de handel in mosselen reguleerde. Om als mosselkoker te mogen werken, had men toestemming nodig. De overheid hanteerde hierbij vaak het principe van continuïteit: alleen degenen die vóór de oorlog al in de sector actief waren, behielden hun recht op uitoefening van het beroep. Dit verklaart waarom de ervaring uit "vorige jaren" de doorslaggevende factor is in de beoordeling van de verzoeken van Mulder en Rietveld. Bergen op Zoom was (en is) een belangrijke logistieke schakel in de Zeeuwse mosselsector. A. Mulder B. Rietveld
Samenvatting
De kern van deze brief is een ambtelijk advies over het toekennen van vergunningen of toestemmingen voor het commercieel koken van mosselen. Er worden twee individuen behandeld:
1. A. Mulder: Krijgt een positief advies. De motivatie hiervoor is 'historisch recht': omdat hij in het verleden ook al mosselen kookte, mag hij dit blijven doen.
2. B. Rietveld: Krijgt een negatief advies. Zijn verzoek moet worden afgewezen omdat er geen bewijs is dat hij dit ambacht in voorgaande jaren reeds uitoefende.
De schrijfstijl is kort, zakelijk en besluitvaardig, typerend voor de bureaucratische correspondentie uit die tijd.
Historische Context
De brief dateert van februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de gehele voedselvoorziening en handel streng gereguleerd door de overheid (onder toezicht van de bezetter) om schaarste te beheersen en distributie te controleren.
Het Aan- en Verkoopkantoor voor Mosselen was een specifiek overheidsorgaan dat de handel in mosselen reguleerde. Om als mosselkoker te mogen werken, had men toestemming nodig. De overheid hanteerde hierbij vaak het principe van continuïteit: alleen degenen die vóór de oorlog al in de sector actief waren, behielden hun recht op uitoefening van het beroep. Dit verklaart waarom de ervaring uit "vorige jaren" de doorslaggevende factor is in de beoordeling van de verzoeken van Mulder en Rietveld. Bergen op Zoom was (en is) een belangrijke logistieke schakel in de Zeeuwse mosselsector.