Archiefdocument
Origineel
[Linksboven:] Nº 46A/56/1
[Middenboven, stempel:] M. 1944
[Rechtsboven, aantekening:] m. i. Inschrijvingen / 4/7 / bergen
Mr Verdam Rechtskundig
adviseur Bijenkorf.
Mr Damme N.O.C. heeft
hem Maandag jl 14 Febr.
medegedeeld dat ~~Rienstra~~
zijn leverancier Rienstra
van zijn ~~vissch~~ visch 40 % moet
leveren aan de afslag te
Amsterdam en 60 % mag
houden om zijn klanten
te bedienen. Indien de
Bijenkorf vroeger klant
is geweest behoort hij
hem thans ook te bedienen
uit bedoelde 60 %.
Wij zullen ons ter zake nader
met N.O.C. in verbinding stellen.
Er moet nl. misverstand zijn
Rienstra heeft geen ^toewijzing^ als
bovenbedoeld.
19-2-'44
S
[Linksonder:] 202. De notitie beschrijft een geschil of onduidelijkheid over de visdistributie aan De Bijenkorf tijdens de bezettingstijd. Mr. Verdam (de rechtskundig adviseur van het warenhuis) beroept zich op informatie van een Mr. Damme (van de N.O.C.) dat hun leverancier, Rienstra, 60% van zijn vis direct aan vaste klanten mag leveren in plaats van alles naar de afslag te sturen. Omdat De Bijenkorf een "vroegere klant" is, eisen zij hun aandeel op. De opsteller van de notitie (ondertekend met 'S') trekt de juistheid van deze informatie echter in twijfel en stelt dat er geen sprake is van een dergelijke officiële "toewijzing". In 1944 was de voedseldistributie in Nederland door de Duitse bezetter en de Nederlandse overheidsorganen volledig aan banden gelegd. Elk product, waaronder vis, was onderhevig aan strikte quota en leveringsplichten aan de centrale afslag om zwarte handel te voorkomen. De Bijenkorf probeerde via juridische en formele weg hun bevoorrading voor de restaurant- en levensmiddelenafdeling veilig te stellen. De genoemde Mr. P.J. Verdam was in die jaren daadwerkelijk werkzaam als jurist bij De Bijenkorf voordat hij later in zijn carrière hoogleraar en Commissaris van de Koningin werd. De afkorting N.O.C. verwijst vermoedelijk naar een overlegorgaan of organisatie binnen de voedselvoorziening (zoals de Nederlandsche Organisatie van Consumenten of een verwant bureau). P.J. Verdam
Samenvatting
De notitie beschrijft een geschil of onduidelijkheid over de visdistributie aan De Bijenkorf tijdens de bezettingstijd. Mr. Verdam (de rechtskundig adviseur van het warenhuis) beroept zich op informatie van een Mr. Damme (van de N.O.C.) dat hun leverancier, Rienstra, 60% van zijn vis direct aan vaste klanten mag leveren in plaats van alles naar de afslag te sturen. Omdat De Bijenkorf een "vroegere klant" is, eisen zij hun aandeel op. De opsteller van de notitie (ondertekend met 'S') trekt de juistheid van deze informatie echter in twijfel en stelt dat er geen sprake is van een dergelijke officiële "toewijzing".
Historische Context
In 1944 was de voedseldistributie in Nederland door de Duitse bezetter en de Nederlandse overheidsorganen volledig aan banden gelegd. Elk product, waaronder vis, was onderhevig aan strikte quota en leveringsplichten aan de centrale afslag om zwarte handel te voorkomen. De Bijenkorf probeerde via juridische en formele weg hun bevoorrading voor de restaurant- en levensmiddelenafdeling veilig te stellen. De genoemde Mr. P.J. Verdam was in die jaren daadwerkelijk werkzaam als jurist bij De Bijenkorf voordat hij later in zijn carrière hoogleraar en Commissaris van de Koningin werd. De afkorting N.O.C. verwijst vermoedelijk naar een overlegorgaan of organisatie binnen de voedselvoorziening (zoals de Nederlandsche Organisatie van Consumenten of een verwant bureau).