P.J. Verdam
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen en een stempel.
* **Formele stijl:** De brief is opgesteld in de uiterst beleefde en formele ambtelijke/zakelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). * **Taalgebruik:** Gebruik van de oude spelling (den stand, bereids) die destijds gebruikelijk was in juridische en officiële correspondentie. * **Topografie:** De adressering bevat "Wijk 4", wat verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam die door de bezetter en de gemeente werd gebruikt voor administratieve doeleinden. * **Financiële notitie:** De handgeschreven aantekening over "5 3/4 %" suggereert dat de afzender een vordering heeft waarover rente wordt berekend, of dat dit de voorwaarden zijn waaronder de schuld in de boeken staat.
Getypte zakelijke brief.
De brief is een formeel, administratief verzoek om informatie betreffende een lopend faillissement. De afzender, aangeduid als "De Directeur", vraagt aan de curator (Mr. P.J. Verdam) naar de actuele stand van zaken in de afwikkeling van het faillissement van ene Juda Hes. De kernvragen in de brief zijn: 1. Wat is de uiterste datum voor het indienen van schuldvorderingen? 2. Is er al een datum vastgesteld voor de verificatievergadering (de bijeenkomst waar de ingediende claims officieel worden gecontroleerd)? De toon is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), wat standaard was voor zakelijke correspondentie uit die tijd, zelfs binnen het kader van gedwongen liquidaties.
Handgeschreven zakelijke brief.
In deze brief verzoekt de afzender om informatie betreffende het faillissement van Juda Hes. De toon is uiterst formeel en beleefd ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). Er wordt specifiek gevraagd naar: 1. De huidige stand van zaken in de faillissementsprocedure. 2. De uiterste datum voor het indienen van schuldvorderingen. 3. Of er al een datum is vastgesteld voor de verificatievergadering (de bijeenkomst waar de ingediende claims officieel worden gecontroleerd). De curator, Mr. P.J. (Pieter) Verdam, was een bekende jurist die later hoogleraar en politicus zou worden. De administratieve krabbels onderaan duiden op een snelle verwerking; de brief is gedateerd op 29 mei en lijkt op 30 mei reeds te zijn behandeld of gearchiveerd.
Doorslag of kopie van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
De brief is een administratieve kennisgeving van een vordering in een faillissementszaak. De Dienst van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam meldt zich bij curator Mr. P.J. Verdam om een openstaande schuld van ƒ 7,48 te innen. Opvallende details: * **De vordering:** Het bedrag is klein (7 gulden en 48 cent), maar betreft een restschuld voor marktgeld uit 1937. De oorspronkelijke prijs voor de standplaats in de Centrale Markthal bedroeg ƒ 500,- per jaar. * **Juridische procedure:** De afzender verwijst expliciet naar Artikel 110 lid 2 van de Faillissementswet, wat aantoont dat de gemeente strikt de formele procedure volgt voor het indienen van vorderingen bij een curator. * **De curator:** Mr. P.J. Verdam (Pieter Jacobus Verdam) was een bekende jurist die later hoogleraar en politicus (o.a. Commissaris van de Koningin) zou worden. In 1941 was hij werkzaam als advocaat en procureur in Amsterdam.
Getypte brief (doorslag of kopie).
In deze brief vordert de Dienst van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam een klein bedrag van 7,48 gulden uit de failliete boedel van Juda Hes. Het betreft achterstallig marktgeld voor een standplaats in de Centrale Markthal uit het jaar 1937. De brief is gericht aan Mr. P.J. Verdam, de aangestelde curator. De toon is zakelijk en volgt de formele procedures van de Faillissementswet (artikel 110 lid 2). Opvallend is dat de overheid, ondanks de bezettingsomstandigheden en de kleine omvang van het bedrag, zeer nauwgezet oude vorderingen bleef innen.
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
De brief is een formele vordering van de Gemeente Amsterdam in het kader van een faillissementsprocedure. De curator, Mr. P.J. Verdam (later een bekend jurist en politicus), wordt verzocht een schuld van ƒ 7,48 te verifiëren. Deze schuld vloeit voort uit onbetaald marktgeld uit 1937 voor een standplaats in de Centrale Markthal. Opvallend is de administratieve precisie: de brief verwijst naar specifieke artikelen uit de Faillissementswet (art. 110 lid 2) en bevat een handgeschreven aantekening dat de vordering op 23 juni 1941 is verwerkt in het debiteurenboek.
Getypte lijst/staat van vorderingen.
Dit document is een administratieve lijst van openstaande vorderingen van het Gemeentelijk Marktwezen in Amsterdam, gedateerd augustus 1942. De lijst bevat achterstallige betalingen voor 'plaatsgeld' (marktgeld voor een standplaats) en 'pakhuisuur' (huur van opslagruimte). Wat opvalt is de kolom "Aanteekeningen", waarin bij een groot deel van de personen de term **"belasting heffing"** staat vermeld. In de context van 1942 is dit een eufemisme of een directe verwijzing naar de onteigening van Joodse burgers. Veel van de namen op de lijst (zoals Waterman, Gobits, Mok, Boeken, Kloots, Piller) en de adressen (Jodenbreestraat, Waterlooplein, Uilenburgerstraat) wijzen op Joodse marktpluimveehouders, groentenhandelaren of andere marktkooplieden. Wanneer er "belasting heffing" staat, betekende dit vaak dat de bezittingen van deze personen waren bevroren of geconfisqueerd door de Duitse bezetter (via de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co.). De gemeente Amsterdam kon hierdoor haar eigen vorderingen niet meer innen, aangezien het vermogen van de schuldenaar niet langer voor hemzelf of voor reguliere schuldeisers beschikbaar was.
Document
De notitie beschrijft een geschil of onduidelijkheid over de visdistributie aan De Bijenkorf tijdens de bezettingstijd. Mr. Verdam (de rechtskundig adviseur van het warenhuis) beroept zich op informatie van een Mr. Damme (van de N.O.C.) dat hun leverancier, Rienstra, 60% van zijn vis direct aan vaste klanten mag leveren in plaats van alles naar de afslag te sturen. Omdat De Bijenkorf een "vroegere klant" is, eisen zij hun aandeel op. De opsteller van de notitie (ondertekend met 'S') trekt de juistheid van deze informatie echter in twijfel en stelt dat er geen sprake is van een dergelijke officiële "toewijzing".
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Linker kolom] Pro Justitia Marktwezen No _ [doorgehaald: Proces Verbaal] [doorgehaald: betreffende] Inbeslagneming van een partij groenten ongedekt en voor de zwarte handel bestemd aangetroffen in pakhuis P nr 12 op de C. Markt contra Cornelis de Mooij van Nieuwlandseweg – nationaliteit, geen voormalig Duitsch Staatsburger, geboren Anna Paulowna 29 Maart 1920 van beroep groentenha...
# TRANSCRIPTIE **PRO JUSTITIA.** Marktwezen No.77/33/1 M. Politie te Amsterdam 2e sectie 2e afdeeling. No. **PROCES-VERBAAL.** **Overtreding van artikel 310 Wetboek van Strafrecht (diefstal), contra:** Machiel Wertheim, geboren te Amsterdam, 2 Januari 1908, van beroep koopman, wonende Valkenburgerstraat 202 II te Amsterdam-Centrum.
# TRANSCRIPTIE **No 2/B/14/1 M. 1939** **R A P P O R T.** P.J.W. Helder, oud 45 jaar, wonende Anjeliersstraat 119 huis, ver- zocht aan de Nederl. Groenten-en Fruitcentrale erkenning als kleinhan- delaar met groenten en fruit. Naar aanleiding van dat verzoek ontving hy tenslotte bygaand schryven van voormelde Centrale, waarin verzocht wordt een verklaring van de Directie van het Marktwezen waarui...
Naar aanleiding van het artikel voorkomende in het volk over de ventvergunningen ben ik zoo vrij het volgende te verzoeken ik ben ongeveer van af mijn 23e jaar werkzaam als in groenten en fruit maar heb tot mijn spijt een tijdlang die vervloekte steun genoten ook juist in die periode dat die ventvergunningen uitgereikt werden en zoo-doende ben ik er bedelaar van gebleven. Nu is doel...
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Proces-verbaal (officieel processtuk). * **Kenmerk:** No 77/2/3 M. 1939. * **Datum opmaak:** 9 januari 1939. * **Locatie:** Amsterdam (Jan van Galenstraat). * **Verbalisant:** Petrus Cornelis Postema, ambtenaar van het Marktwezen en buitengewoon veldwachter. * **Verdachte:** Petrus Laurentius Bergsma, winkelier uit Amstelveen (geboren te Velsen op ...