Getypte zakelijke brief.
Origineel
Getypte zakelijke brief. 30 mei 1941. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld op dit blad, mogelijk de Omnia-Treuhandgesellschaft of een gelieerde instantie gezien de context van 1941). Voorzien van handgeschreven paraaf/aantekening "Inr. Mr. Müller". Den Heer Mr. P.J. Verdam, curator in het faillissement van Juda Hes. [Handgeschreven, linksboven:] Maonden(?) 30/5-'41
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inr. Mr. Müller
[Getypt:]
D/HG.
den Heer Mr.P.J.Verdam,
Curator in het faillissement van
Juda Hes,
Weteringschans 66,
Amsterdam-Centrum. Wijk 4.
66/13/1 M. 30 Mei 1941.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken mij omtrent
den stand van bovenvermeld faillissement te willen inlichten. Met
name zal ik gaarne van U vernemen, tot wanneer de schuldvorderingen
bij U kunnen worden ingediend en of bereids de datum voor de veri-
ficatievergadering is bepaald.
De Directeur, De brief is een formeel, administratief verzoek om informatie betreffende een lopend faillissement. De afzender, aangeduid als "De Directeur", vraagt aan de curator (Mr. P.J. Verdam) naar de actuele stand van zaken in de afwikkeling van het faillissement van ene Juda Hes.
De kernvragen in de brief zijn:
1. Wat is de uiterste datum voor het indienen van schuldvorderingen?
2. Is er al een datum vastgesteld voor de verificatievergadering (de bijeenkomst waar de ingediende claims officieel worden gecontroleerd)?
De toon is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), wat standaard was voor zakelijke correspondentie uit die tijd, zelfs binnen het kader van gedwongen liquidaties. Dit document moet worden geplaatst in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datum, 30 mei 1941, valt in een periode waarin de anti-Joodse maatregelen door de bezetter werden geïntensiveerd.
Juda Hes: De persoon in kwestie, Juda Hes, was een Joodse inwoner van Amsterdam (vaak geassocieerd met de textielhandel). Gedurende de bezetting werden Joodse bedrijven en bezittingen stelselmatig onteigend, onder curatele gesteld of via geforceerde faillissementen geliquideerd ("arisering").
Mr. P.J. Verdam: Pieter Jacobus Verdam was een bekend jurist die tijdens de oorlog als curator optrad in diverse zaken. Hoewel curatoren vaak probeerden binnen de wettelijke kaders te opereren, werden zij door de bezetter ingezet om de afwikkeling van Joodse vermogens te formaliseren.
De brief is waarschijnlijk afkomstig van een instantie die toezicht hield op de liquidatie van Joods bezit. Uit historisch onderzoek blijkt dat Juda Hes en zijn familie uiteindelijk het slachtoffer zijn geworden van de Holocaust; Juda Hes zelf werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit schijnbaar banale administratieve document vormt een klein radertje in het bureaucratische proces dat leidde tot de economische onttakeling van de Joodse gemeenschap voorafgaand aan de deportaties. P.J. Verdam Omnia