Doorslag of kopie van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Doorslag of kopie van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 18 juni 1941. De Directeur van de Dienst van het Marktwezen, Gemeente Amsterdam. Mr. P.J. Verdam, curator in het faillissement van Juda Hes. [Handgeschreven, rechtsboven:]
L. Müller (?)
Verzonden 18/6
[Getypt, rechtsboven:]
VB/HG.
den Heer Mr.P.J.Verdam, Curator in
het faillissement van Juda Hes,
Weteringschans 66,
Amsterdam-Centrum.
[Rechtsonder het adres:]
Wijk 4.
[Linksboven:]
66/13/3 M.
[Rechtsboven de tekst:]
18 Juni 1941.
In antwoord op Uw brief d.d. 11 Juni jl. (J. S. 151) inzake faillissement van Juda Hes, deel ik U mede, dat de Gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen) van Uw bovengenoemden curandus heeft te vorderen de somma van zeven gulden en achtenveertig cents (ƒ 7,48), wegens nog verschuldigd marktgeld terzake van een door curandus over het kalenderjaar 1937 bezette plaats in de hal op de Centrale Markt alhier ad ƒ 500,- per kalenderjaar. Ik verzoek U beleefd voor verificatie van deze schuldvordering te willen zorgdragen, terwijl U mij het ontvangstbewijs bedoeld in artikel 110 lid 2 der faillissementswet gelieve te zenden.
De Directeur, De brief is een administratieve kennisgeving van een vordering in een faillissementszaak. De Dienst van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam meldt zich bij curator Mr. P.J. Verdam om een openstaande schuld van ƒ 7,48 te innen.
Opvallende details:
* De vordering: Het bedrag is klein (7 gulden en 48 cent), maar betreft een restschuld voor marktgeld uit 1937. De oorspronkelijke prijs voor de standplaats in de Centrale Markthal bedroeg ƒ 500,- per jaar.
* Juridische procedure: De afzender verwijst expliciet naar Artikel 110 lid 2 van de Faillissementswet, wat aantoont dat de gemeente strikt de formele procedure volgt voor het indienen van vorderingen bij een curator.
* De curator: Mr. P.J. Verdam (Pieter Jacobus Verdam) was een bekende jurist die later hoogleraar en politicus (o.a. Commissaris van de Koningin) zou worden. In 1941 was hij werkzaam als advocaat en procureur in Amsterdam. Dit document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de "curandus" (de persoon die failliet is verklaard), Juda Hes, is historisch relevant.
Juda Hes (geboren in 1891) was een Joodse koopman in Amsterdam. In deze periode van de bezetting werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven verdrongen door middel van anti-Joodse maatregelen. Veel Joodse markthandelaren verloren hun vergunningen of hun bedrijven werden onder "Verwalter" (bewindvoerders) gesteld of geliquideerd.
Hoewel de brief oogt als een reguliere afhandeling van een oud faillissement (de schuld stamt immers uit 1937), past het in het grotere beeld van de administratieve afwikkeling van Joodse bezittingen en schulden tijdens de Holocaust. Juda Hes en zijn gezin zijn later tijdens de oorlog gedeporteerd en vermoord (Sobibor, 1943). Dergelijke documenten in stadsarchieven vormen vaak de laatste bureaucratische sporen van Joodse ondernemers voordat zij volledig uit het maatschappelijke register verdwenen. P.J. Verdam Gemeente Amsterdam Marktwezen