Handgeschreven zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief. 29 mei 1941. Onbekend (geen duidelijke ondertekening met naam, mogelijk een schuldeiser of diens vertegenwoordiger). Den Heer Mr. P.J. Verdam, curator in het faillissement van Juda Hes. A'dam, 29/5-1941
den Heer Mr. P.J. Verdam
Curator in het faillissement
van Juda Hes
Weteringschans 66
Alhier
Hiermede heb ik de eer U
beleefd te verzoeken mij om-
trent den stand van bovenver-
meld faillissement te
willen inlichten. Met name
zal ik gaarne van U ver-
nemen, tot wanneer de
schuldvorderingen bij U
kunnen worden ingediend
en of bereids de datum voor
de verificatievergadering is
bepaald.
[Aantekening onderaan links in rood:] 66/13/1 L1
[Aantekening midden onder:] 30/5/41 HS
[Initialen rechtsonder:] SS / Wry [?] In deze brief verzoekt de afzender om informatie betreffende het faillissement van Juda Hes. De toon is uiterst formeel en beleefd ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). Er wordt specifiek gevraagd naar:
1. De huidige stand van zaken in de faillissementsprocedure.
2. De uiterste datum voor het indienen van schuldvorderingen.
3. Of er al een datum is vastgesteld voor de verificatievergadering (de bijeenkomst waar de ingediende claims officieel worden gecontroleerd).
De curator, Mr. P.J. (Pieter) Verdam, was een bekende jurist die later hoogleraar en politicus zou worden. De administratieve krabbels onderaan duiden op een snelle verwerking; de brief is gedateerd op 29 mei en lijkt op 30 mei reeds te zijn behandeld of gearchiveerd. Het document dateert van mei 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam van de gefailleerde, Juda Hes, wijst op een Joodse achtergrond. Dit is historisch relevant omdat de bezetter in deze periode diverse anti-Joodse maatregelen invoerde, waaronder de liquidatie of gedwongen overname ('Arisering') van Joodse bedrijven.
Hoewel de brief oogt als een standaard juridische correspondentie over een faillissement, vonden veel van dit soort procedures in 1941 plaats in de context van de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Het faillissement van Juda Hes kan dus direct of indirect het gevolg zijn geweest van de toenemende vervolging en onteigening van Joodse burgers. De Weteringschans 66 in Amsterdam was het kantooradres van Mr. Verdam. P.J. Verdam