Handgeschreven kantoornotitie / memo.
Origineel
Handgeschreven kantoornotitie / memo. 19/2 met Mr. Damme N.R.C.
getelefoneerd. Weergave zijn
gesprek met Mr. Verdam
Bijenkorf is in hoofdzaak
juist.
Naar aanleiding mijn
mededeeling dat Rienstra
(bij de firma ?) geen
toewijzing heeft auto
Mr. Damme mede nog
onderzoek te zullen instellen
en het resultaat Ma
21 Febr. berichten.
21/2 Mr. Damme deelt mede
inderdaad misverstand
aangezien geen rekening gehouden
dat er twee Rienstra’s
zijn; Rienstra die vroeger
B’korf heeft bediend is niet
de Rienstra der toewijzing
IJmuiden. Afgesproken dat
Mevr. of Mr. Verdam zal
mededeelen dat onder geg.
omstandigheden levering
niet kan plaats vinden. De tekst beschrijft een misverstand rondom de toewijzing van een auto aan een persoon genaamd Rienstra. Uit de eerste notitie (19 februari) blijkt dat er telefonisch contact is geweest met een zekere heer Damme over een gesprek dat hij voerde met de heer Verdam van De Bijenkorf. Er was onduidelijkheid of de firma Rienstra wel recht had op een auto-toewijzing.
Op 21 februari wordt het misverstand opgehelderd: er blijken twee verschillende personen/firma's met de naam Rienstra te zijn. De Rienstra die zakelijke banden had met De Bijenkorf is een ander dan de Rienstra aan wie een auto was toegewezen in IJmuiden. De conclusie is dat door deze persoonsverwisseling de levering van de auto onder de gegeven omstandigheden niet door kan gaan. Het gebruik van de term "toewijzing" voor een auto wijst zeer waarschijnlijk op de periode van schaarste en distributie in Nederland direct na de Tweede Wereldoorlog (ca. 1945-1950). In deze tijd waren schaarse goederen zoals motorvoertuigen streng gerantsoeneerd en had men een officiële vergunning of toewijzing van de overheid nodig om er een te mogen aanschaffen.
De genoemde namen zijn historisch interessant: Mr. J. Verdam was in die periode een bekende directeur bij het warenhuis De Bijenkorf. De heer Damme zou Henri Damme kunnen zijn (directeur bij Werkspoor), hoewel de afkorting "N.R.C." achter zijn naam ook zou kunnen duiden op een connectie met de Nieuwe Rotterdamsche Courant of een specifieke commissie. De notitie lijkt afkomstig uit een administratief dossier van een overheidsinstantie of een automobielimporteur die de toewijzingen moest verifiëren. Damme zou (De heer) J. Verdam
Samenvatting
De tekst beschrijft een misverstand rondom de toewijzing van een auto aan een persoon genaamd Rienstra. Uit de eerste notitie (19 februari) blijkt dat er telefonisch contact is geweest met een zekere heer Damme over een gesprek dat hij voerde met de heer Verdam van De Bijenkorf. Er was onduidelijkheid of de firma Rienstra wel recht had op een auto-toewijzing.
Op 21 februari wordt het misverstand opgehelderd: er blijken twee verschillende personen/firma's met de naam Rienstra te zijn. De Rienstra die zakelijke banden had met De Bijenkorf is een ander dan de Rienstra aan wie een auto was toegewezen in IJmuiden. De conclusie is dat door deze persoonsverwisseling de levering van de auto onder de gegeven omstandigheden niet door kan gaan.
Historische Context
Het gebruik van de term "toewijzing" voor een auto wijst zeer waarschijnlijk op de periode van schaarste en distributie in Nederland direct na de Tweede Wereldoorlog (ca. 1945-1950). In deze tijd waren schaarse goederen zoals motorvoertuigen streng gerantsoeneerd en had men een officiële vergunning of toewijzing van de overheid nodig om er een te mogen aanschaffen.
De genoemde namen zijn historisch interessant: Mr. J. Verdam was in die periode een bekende directeur bij het warenhuis De Bijenkorf. De heer Damme zou Henri Damme kunnen zijn (directeur bij Werkspoor), hoewel de afkorting "N.R.C." achter zijn naam ook zou kunnen duiden op een connectie met de Nieuwe Rotterdamsche Courant of een specifieke commissie. De notitie lijkt afkomstig uit een administratief dossier van een overheidsinstantie of een automobielimporteur die de toewijzingen moest verifiëren.