Handgeschreven memo of ambtelijk bericht.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijk bericht. [Bovenaan het document:]
Mr. Abmaer !
Ik heb J. Jansen
1e Jan Steenstr. 93 III.
elf April laten op-
roepen om bij mij
te komen van de
Vischmarkt.
[Horizontale scheidingslijn]
bij H. Stam
niet bekend.
Haring en aal
voor het venten
geen recht op
versche visch
[Onderaan in rood:]
bericht Het document is een kort verslag of een interne notitie van een ambtenaar of inspecteur (mogelijk werkzaam bij een distributiedienst of de marktpolitie) gericht aan een zekere "Mr. Abmaer".
De schrijver heeft een persoon genaamd J. Jansen (wonend aan de 1e Jan Steenstraat 93 hoog in Amsterdam) op 11 april ontboden voor een verhoor of controle met betrekking tot de Vischmarkt.
Uit het onderzoek (onder de streep) blijkt het volgende:
1. Jansen is "niet bekend" bij H. Stam. Vermoedelijk is H. Stam een erkende visgroothandel of werkgever waarbij Jansen beweerde te werken of vis te betrekken.
2. De conclusie van de inspectie is dat Jansen weliswaar handelt in "haring en aal" (vaak gerookt of gezouten en anders gereguleerd), maar dat hij bezig is met "venten" (straatverkoop) zonder dat hij "recht" heeft op "versche visch". Dit duidt op een overtreding van de distributiewetten of vergunningsvoorwaarden.
De rode aantekening "bericht" onderaan geeft aan dat deze informatie als officieel rapport of mededeling is verwerkt. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was voedsel, waaronder vis, schaars en strikt gerantsoeneerd. De handel werd streng gecontroleerd door instanties zoals de Crisis-Controle-Dienst (CCD).
"Versche visch" was een kostbaar goed dat alleen via officiële kanalen en met de juiste papieren verhandeld mocht worden. Het "venten" (huis-aan-huis verkoop) was aan banden gelegd om zwarte handel tegen te gaan. De notitie toont de bureaucratische controle op individuele handelaren die probeerden buiten de officiële distributiekanalen om vis te verkopen. De lokatie in de 1e Jan Steenstraat plaatst dit voorval in de Amsterdamse wijk De Pijp, vlakbij de Albert Cuypmarkt. H. Stam J. Jansen
Samenvatting
Het document is een kort verslag of een interne notitie van een ambtenaar of inspecteur (mogelijk werkzaam bij een distributiedienst of de marktpolitie) gericht aan een zekere "Mr. Abmaer".
De schrijver heeft een persoon genaamd J. Jansen (wonend aan de 1e Jan Steenstraat 93 hoog in Amsterdam) op 11 april ontboden voor een verhoor of controle met betrekking tot de Vischmarkt.
Uit het onderzoek (onder de streep) blijkt het volgende:
1. Jansen is "niet bekend" bij H. Stam. Vermoedelijk is H. Stam een erkende visgroothandel of werkgever waarbij Jansen beweerde te werken of vis te betrekken.
2. De conclusie van de inspectie is dat Jansen weliswaar handelt in "haring en aal" (vaak gerookt of gezouten en anders gereguleerd), maar dat hij bezig is met "venten" (straatverkoop) zonder dat hij "recht" heeft op "versche visch". Dit duidt op een overtreding van de distributiewetten of vergunningsvoorwaarden.
De rode aantekening "bericht" onderaan geeft aan dat deze informatie als officieel rapport of mededeling is verwerkt.
Historische Context
Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was voedsel, waaronder vis, schaars en strikt gerantsoeneerd. De handel werd streng gecontroleerd door instanties zoals de Crisis-Controle-Dienst (CCD).
"Versche visch" was een kostbaar goed dat alleen via officiële kanalen en met de juiste papieren verhandeld mocht worden. Het "venten" (huis-aan-huis verkoop) was aan banden gelegd om zwarte handel tegen te gaan. De notitie toont de bureaucratische controle op individuele handelaren die probeerden buiten de officiële distributiekanalen om vis te verkopen. De lokatie in de 1e Jan Steenstraat plaatst dit voorval in de Amsterdamse wijk De Pijp, vlakbij de Albert Cuypmarkt.