Archief 745
Inventaris 745-429
Pagina 203
Dossier 44
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte notitie/besprekingsverslag

25 februari 1944

Origineel

Getypte notitie/besprekingsverslag 25 februari 1944 VD/SV.

Korte notities van een bespreking op 25 Februari 1944 van de heeren Sixma, Van Meurs, Sieburgh, De Haer en Van Duinhoven van Marktwezen; Kranenburg en Vijftig- schilt voor den Bedrijfschap voor Visscherijproducten; Deul, Visscher en Van't Zant voor den C.C.D. afd.Visch.

Onderwerpen:
Voorstel C.C.D. om de zgn. boerenventers in gerookte visch, dat zijn de venters, die in Monniken- dam en Volendam een toewijzing hebben, een verkoop- plaats aan te wijzen op de dagmarkten te Amsterdam.

Deze venters verkoopen thans hun gerookte visch zwart in Amsterdam aan personen, die met den vischhandel niets te maken hebben. Deze laatsten nemen dan met pakjes gerookte visch door de geheele stad clandestien een standplaats in en optreden tegen hen heeft geen enkel effect.

Tegen de buitenventers kan in het geheel niet worden opgetreden; wanneer zij worden aangehouden, toonen zij hun geleidebiljetten en zeggen dan dat zij op doorrit zijn naar plaatsen buiten Amsterdam.

Bovendien staat het 17e Uitvoeringsbesluit thans -zulks in tegenstelling met vroeger onder het 2e Uitvoeringsbesluit- toe, dat kleinhandelaren visch in Amsterdam invoeren. Optreden zou slechts mogelijk zijn aan de hand van de Ventverordening, maar hiervoor heeft de C.C.D. geen bevoegdheid.

Kranenburg:
De bedrijfschap heeft een Verordening uitgewerkt, welke binnenkort in werking zal treden, waarbij het 17e Uit- voeringsbesluit wordt aangevuld in den geest van het 2e Straatkooplieden zullen dan geen visch meer in de steden mogen invoeren.

De Gemeente verwacht bij invoering van het voorstel C.C.D. moeilijkheden met Amsterdamsche handelaar De buitenventers krijgen namelijk veel meer visch dan de Amsterdammers. Wanneer deze nu naast elkaar op een marktterrein moeten staan, zal dit tot wanorde aan- leiding geven. Zie kwestie Buter, Bergen en Bamberger.

De Amsterdammers zullen dan ook verlangen, dat zij hun visch weer rechtstreeks van grossiers mogen betrekken.

Er zijn nu 80 buitenventers; voor den oorlog

--- Deze notities werpen licht op de complexiteit van de voedselvoorziening en de handhaving daarvan in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is de illegale ('zwarte') handel in gerookte vis door zogenaamde 'boerenventers' uit omliggende plaatsen zoals Monnikendam en Volendam.

  • Handhavingsproblematiek: De C.C.D. (Crisis Controle Dienst) erkent dat zij machteloos staan. Venters maken misbruik van 'geleidebiljetten' (vervoersbewijzen) door te claimen dat ze slechts op doorreis zijn. Bovendien biedt de toenmalige wetgeving (het 17e Uitvoeringsbesluit) mazen waardoor vis legaal de stad in kan komen, terwijl de C.C.D. niet bevoegd is om de lokale Ventverordening te handhaven.
  • Reguleringsvoorstel: De C.C.D. stelt voor om deze illegale handel te kanaliseren door de venters officiële standplaatsen op de Amsterdamse markten te geven.
  • Sociale spanningen: Het Amsterdamse 'Marktwezen' (de gemeente) voorziet grote problemen. Er is een scheve verhouding in de toewijzing van vis (quota): de buitenventers krijgen meer voorraad dan de Amsterdamse handelaren. Dit zorgt voor scheve gezichten en angst voor 'wanorde' op de markt.
  • Juridische verschuiving: Kranenburg (namens het Bedrijfschap) kondigt een nieuwe verordening aan die de invoer van vis door straatkooplieden in steden weer aan banden moet leggen, een terugkeer naar een strenger beleid.

--- Het document dateert van februari 1944, een periode waarin de schaarste in Nederland nijpend begon te worden en de zwarte handel hoogtij vierde. De Duitse bezetter had diverse 'Bedrijfschappen' en de C.C.D. in het leven geroepen om de economie en de distributie van schaarse goederen strak te reguleren.

De genoemde 'boerenventers' uit de vissersdorpen rond de Zuiderzee (IJsselmeer) hadden traditioneel een sterke positie in de visverkoop in de hoofdstad. De spanning tussen deze 'import' en de gevestigde Amsterdamse kleinhandel was een terugkerend thema in het marktbeheer. De verwijzing naar de "kwestie Buter, Bergen en Bamberger" duidt op specifieke eerdere incidenten of rechtszaken die destijds bekend waren bij de aanwezigen. Het document eindigt abrupt, waarschijnlijk onderaan een pagina, met de vermelding dat er op dat moment 80 buitenventers actief zijn. Sixma Van Meurs Sieburgh De Haer Van Duinhoven Kranenburg Vijftigschilt Deul Visscher Van 't Zant. Bedrijfschap Marktwezen

Samenvatting

Deze notities werpen licht op de complexiteit van de voedselvoorziening en de handhaving daarvan in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is de illegale ('zwarte') handel in gerookte vis door zogenaamde 'boerenventers' uit omliggende plaatsen zoals Monnikendam en Volendam.

  • Handhavingsproblematiek: De C.C.D. (Crisis Controle Dienst) erkent dat zij machteloos staan. Venters maken misbruik van 'geleidebiljetten' (vervoersbewijzen) door te claimen dat ze slechts op doorreis zijn. Bovendien biedt de toenmalige wetgeving (het 17e Uitvoeringsbesluit) mazen waardoor vis legaal de stad in kan komen, terwijl de C.C.D. niet bevoegd is om de lokale Ventverordening te handhaven.
  • Reguleringsvoorstel: De C.C.D. stelt voor om deze illegale handel te kanaliseren door de venters officiële standplaatsen op de Amsterdamse markten te geven.
  • Sociale spanningen: Het Amsterdamse 'Marktwezen' (de gemeente) voorziet grote problemen. Er is een scheve verhouding in de toewijzing van vis (quota): de buitenventers krijgen meer voorraad dan de Amsterdamse handelaren. Dit zorgt voor scheve gezichten en angst voor 'wanorde' op de markt.
  • Juridische verschuiving: Kranenburg (namens het Bedrijfschap) kondigt een nieuwe verordening aan die de invoer van vis door straatkooplieden in steden weer aan banden moet leggen, een terugkeer naar een strenger beleid.

Historische Context

Het document dateert van februari 1944, een periode waarin de schaarste in Nederland nijpend begon te worden en de zwarte handel hoogtij vierde. De Duitse bezetter had diverse 'Bedrijfschappen' en de C.C.D. in het leven geroepen om de economie en de distributie van schaarse goederen strak te reguleren.

De genoemde 'boerenventers' uit de vissersdorpen rond de Zuiderzee (IJsselmeer) hadden traditioneel een sterke positie in de visverkoop in de hoofdstad. De spanning tussen deze 'import' en de gevestigde Amsterdamse kleinhandel was een terugkerend thema in het marktbeheer. De verwijzing naar de "kwestie Buter, Bergen en Bamberger" duidt op specifieke eerdere incidenten of rechtszaken die destijds bekend waren bij de aanwezigen. Het document eindigt abrupt, waarschijnlijk onderaan een pagina, met de vermelding dat er op dat moment 80 buitenventers actief zijn.

Genoemde Personen 10

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Bedrijfschap Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

Aanvoergelden heffing op den (verkoop 83,73
A. Brandt Overtoom 471
A.C.M. de Natris Postjesweg 9
A.K.W. v.d. Linden Overtoom 392
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1/9 '34 t/m '43
A. Van 1/9 '34 t/m '42
A. Van 1/9 '34 t/m 30/37 + boekjaar 42/43
Andere lasten 18.110,75
Andere lasten 18.110.75
A. Th. Waalberg 1
A.Th.Waalberg 1
A.Th.Waalberg Kinkerstraat 60-62
B. Oet 1
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3