Brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Brief met ambtelijke kanttekeningen. 10 mei 1944. C. Sterkenburg, Schoolstraat 20A, Hilversum. [Stempel linksboven]
Nº 466/73/1 M.1944 6/5
[Rechtsboven]
50
[Hoofdtekst]
A’dam. 10 Mei 1944.
Weledel gestrenge Heer.
Hiermede geeft C Sterkenburg wonende School-
straat 20^A Hilversum met verschuldige eerbied te kennen
dat ondergeteekende in aanmerking wenscht te komen
voor de voor verdeel vis uit Scheveningen daar ik
naar mijn bescheiden mening daar recht op heb.
Het nevenbedrijf, dat ik exploiteer is in deze
tijd zeer noodlijdend.
Hopende op een gunstig antwoord
[Annotaties onder de brief]
Sterkenburg had reeds u welwillende dienaar
voor de oorlog een
logement.
Hij beweert dat in [doorgehaald: C Sterkenburg]
zijn logement zoo goed
als niets meer omgaat.
m.i. komt Sterkenburg
evenals de andere rookers
in aanmerking voor
Scheveningsche
visch.
2-6-'44 is logementhouder.
[Annotaties in rode/andere inkt]
Onderzoekt
Blijft Sterkenburg in Hilv.
ook handel in visch
onderzoekt.
15-5-44 [Paraaf] Het document is een officieel verzoekschrift van C. Sterkenburg aan een niet nader genoemde autoriteit (vermoedelijk een distributie- of visserij-instantie). De schrijver verzoekt om toegang tot de toewijzing van "verdeel vis" uit Scheveningen.
De kern van het betoog is economisch van aard: Sterkenburg exploiteert een logement (pension/hotel) in Hilversum, maar door de oorlogsomstandigheden in 1944 is dit bedrijf "noodlijdend" (er is nauwelijks klandizie). Hij voert aan dat hij recht heeft op deze vis, mogelijk om zijn inkomsten aan te vullen of om zijn gasten te kunnen voeden.
De ambtelijke kanttekeningen onderaan zijn cruciaal. Een ambtenaar (mogelijk 'de Boer') merkt op dat Sterkenburg inderdaad een logementhouder is en suggereert dat hij, net als andere "rookers" (visrokers), in aanmerking zou moeten komen voor de Scheveningse vis. Er wordt getwijfeld of hij ook in de vishandel zit, wat blijkt uit de krabbels "ook handel in visch" en de instructie "onderzoekt". Dit document stamt uit mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste en was bijna elk voedingsmiddel op de bon of strikt gereguleerd via distributiekanalen.
De visserij in Scheveningen stond onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse autoriteiten. Voor ondernemers in de horeca of detailhandel was het verkrijgen van extra voorraden buiten de reguliere kanalen om ("verdeel vis") essentieel om te overleven. De brief illustreert de bureaucratische weg die burgers moesten bewandelen: een beleefd, bijna onderdanig verzoek ("met verschuldige eerbied") dat vervolgens door verschillende ambtelijke schijven werd beoordeeld op basis van noodzaak en de status van de aanvrager. C. Sterkenburg