Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). Wed. Sterkenburg - Maas. [Stempel linksboven:]
Nº 466/88/1 M. 1944 27/5
[Aantekening rechtsboven in potlood:]
br. i. Lisp. [?] / 015
Mijnheer
Hier bij vraag ik u beleefd
of ik ook voor de verdeeling
van visch van scheveningen in
aan merking kan komen.
Ik heb op het oogenblik geen
andere in komsten dan ƒ 6.00
zuider zee steun.
Ik heb al meer dan 40 jaar
een visch rookery aan de
palmstraat no 16 aldaar
daar er op het oogenblik
niets is staat dat bedrÿf
geheel renteloos en moet ik
even goed alle weken de kosten
er voor op brengen
Hopende hier op zoo spoedig
mogelyk antwoord van u op
te krÿgen teeken ik
Hoog achtend
Wed. Sterkenburg - Maas
Goudsbloemstraat 4 II A’dam
[Kantlijn/notitie linksonder:]
komt m.i. in aan-
merking voor visch-
vent:
2-6-44
de Han. [Handtekening] * Inhoud: De schrijfster, een weduwe, verzoekt om te worden opgenomen in de distributie van vis uit Scheveningen. Zij voert aan dat zij al 40 jaar een visrokerij exploiteert aan de Palmstraat 16 in Amsterdam. Door de oorlogsomstandigheden ("het oogenblik") ligt het bedrijf stil ("renteloos"), terwijl de vaste lasten doorlopen. Haar enige inkomen is momenteel 6 gulden aan 'Zuiderzeesteun'.
* Taal en spelling: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke spelling (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "visch", "oogenblik" en "aan merking". De toon is uiterst beleefd en formeel.
* Fysieke staat: Het document is goed leesbaar. Er zijn administratieve aantekeningen toegevoegd die duiden op een snelle afhandeling door de betreffende instantie. Dit document stamt uit mei/juni 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland, vlak voor de invasie in Normandië en de daaropvolgende Hongerwinter. De voedselvoorziening was in deze periode streng gereguleerd via distributiestelsels.
De genoemde "Zuiderzee steun" was een uitkering voor vissers en aanverwante beroepen die inkomsten hadden verloren door de afsluiting van de Zuiderzee (1932), een regeling die tijdens de crisisjaren en de oorlog essentieel bleef voor kleine ondernemers in de vissector. De locaties (Palmstraat en Goudsbloemstraat) liggen in de Jordaan, een Amsterdamse volksbuurt waar van oudsher veel kleine neringdoenden en visverwerkers gevestigd waren. De goedkeuring onderaan de brief ("komt m.i. in aanmerking") suggereert dat de autoriteiten de noodzaak van haar verzoek erkenden om de lokale visvoorziening op peil te houden.