Ambtsrapport / Verslag van onderzoek.
Origineel
Ambtsrapport / Verslag van onderzoek. 5 juni 1944. (Opmerking: Spelfouten en onregelmatigheden in het origineel zijn behouden.)
DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
AMSTERDAM
[Handgeschreven linksboven:] Inschrijven Dir.
R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaand schrijven no. 46ª/78/1 M1944 5/5 van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, heb ik, J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht, een nader onderzoek ingesteld, waaruit mij het volgende is gebleken;
Mevrouw J. Westendorp is inderdaad in het bezit van een z-g, klantenkaart afgegeven door den kleinhandelaar is visch J. Braam, Middenweg, 52 alhier.
De kelinhandelaren zijn verplicht om de bij de 'erdeling toegewezen visch te koop aan te bieden, zoodra zij deze in den winkel ontvangen of aangevoerd hebben. Zij moeten de visch op den dag van ontvangst te koop aan te bieden, ook ontvangt men deze visch des smiddags of op een later uur. (art. 6 van het 17e Uitvoeringsbesluit). Zij moeten zich echter houden aan het officieele sluitingsuur, bedoeld in de Winkelsluitingswet.
J. Braam, Middenweg 51 alhier, verklaarde mij nog, dat hij de visch moeilijk kan bewaren tot den volgenden dag, daar hij niet altijd in het bezit is van ijs. Indien de klanten de visch vóór 18 uur niet hebben afgehaald, verkoopt hij deze visch z.g. vrij.
Ik, rapporteur, voeg hier nog aan toe, dat sinds 27 April 1944 vanwege het Marktwezen alhier, dagelijks visch wordt verkocht op het Pretoriusplein.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 5 Juni 1944.
De Ambtenaar voornoemd,
[Handtekening: J.H. de Grebber]
J.H. de Grebber
Aan
Den Heer Inspecteur van het Marktwezen
ALHIER
[Handgeschreven rechtsonder:] Gezien 5-6-44 [onleesbare handtekening, mogelijk De Haas] Dit rapport documenteert een toezichtskwestie tijdens de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de zaak is de naleving van distributievoorschriften door visdetailhandelaren.
Belangrijke punten uit het document:
* Distributiesysteem: Er is sprake van een "klantenkaart", wat wijst op het strak gereguleerde distributiesysteem voor voedsel tijdens de oorlog.
* Bedrijfsvoering onder druk: De handelaar (J. Braam) verweert zich tegen de strikte regels door te wijzen op het gebrek aan koelfaciliteiten ("niet altijd in het bezit is van ijs"). Hierdoor is hij genoodzaakt vis die niet tijdig is opgehaald "vrij" (buiten de bonnen om of aan passanten) te verkopen om bederf te voorkomen.
* Regelgeving: Er wordt expliciet verwezen naar het "17e Uitvoeringsbesluit" en de "Winkelsluitingswet", wat aantoont hoe zelfs in oorlogstijd de bureaucratische controle op de handel zeer gedetailleerd was.
* Gemeentelijke visverkoop: De vermelding van dagelijkse visverkoop op het Pretoriusplein door de Dienst van het Marktwezen zelf, suggereert een poging van de overheid om de voedselvoorziening in de stad directer te reguleren of te ondersteunen. Het document is gedateerd op 5 juni 1944, precies één dag voor de geallieerde landing in Normandië (D-Day). Nederland bevond zich op dat moment in een fase van extreme schaarste en onderdrukking.
De "Dienst van het Marktwezen" was een gemeentelijke instantie belast met het toezicht op de handel. Het "Bedrijfschap voor Visscherijproducten" was een tijdens de bezetting ingestelde organisatie die de hele sector controleerde volgens het Duitse corporatistische model.
In Amsterdam-Oost (waar de Middenweg en het Pretoriusplein liggen) was de voedselsituatie precair. Het feit dat een ambtenaar wordt uitgestuurd om de kaart van één specifieke klant en de handelwijze van één winkelier te controleren, illustreert de verregaande overheidsbemoeienis met het dagelijks leven en de legale voedseldistributie tijdens de hongerjaren. De genoemde verkoopplek op het Pretoriusplein lag midden in de Transvaalbuurt, een wijk die door de deportaties van Joodse Amsterdammers in de jaren daarvoor zwaar getekend was.