Archief 745
Inventaris 745-430
Pagina 107
Dossier 44
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

9 november 1944. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de geadresseerde).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 9 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de geadresseerde). (Handgeschreven: Verzonden 9/11 Hmullen)

46a/79/9M. 9 November 1944. M/SV.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,

A l h i e r.

Onder verwijzing naar mijn brief van
25 October jl. no.46a/79/8M. heb ik de eer U te
berichten, dat het Bemiddelingsbureau, Bedrijfs-
goederenvervoer Paardentractie, Vakgroep Goede-
renvervoer langs den weg mij heeft medegedeeld,
elders kantoorruimte te hebben gevonden en dus
afziet van het huren van de bovenverdieping van
het koffiehuis, dat door M. van Meekeren is ge-
pacht. Ter zake van deze onderverhuring dient
mijn voorstel, vervat in bovenvermeld schrijven
als niet gedaan te worden beschouwd.
Mijn voorstel ter zake de tijdelijke
ontheffing van de verplichting tot exploiteeren
blijft echter gehandhaafd.
Ik heb de eer U te verzoeken wel te
willen bevorderen, dat door den Burgemeester een
besluit wordt genomen waarbij aan M. van Meeke-
ren ontheffing wordt verleend van de verplich-
ting tot het exploiteeren van het koffiehuis op
het terrein van de Vischmarkt gedurende den tijd
dat, naar het oordeel van den Burgemeester, de
exploitatie van dit café niet naar behooren
door den pachter kan geschieden.

De Directeur,

(Stempel/Paraaf onderaan) * Administratieve context: De brief is een formeel ambtelijk schrijven waarin een eerder voorstel wordt ingetrokken. Er was sprake van een plan om de bovenverdieping van een koffiehuis onder te verhuren aan een bureau voor paardentractie-transport. Omdat dit bureau elders ruimte heeft gevonden, vervalt dit deel van het eerdere voorstel van 25 oktober 1944.
* Exploitatieplicht: De kern van de brief is het verzoek om pachter M. van Meekeren te ontlasten van zijn contractuele plicht om het koffiehuis op de Vischmarkt open te houden. In die tijd was het gebruikelijk dat pachters van gemeentelijke panden op marktpleinen verplicht waren tijdens markturen exploitatie te voeren.
* Terminologie: Het gebruik van "Paardentractie" is kenmerkend voor de oorlogsjaren, toen gemotoriseerd vervoer door brandstofgebrek nagenoeg stil lag en men teruggreep op paard en wagen. De taal is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "jl." voor jongstleden). * Historische periode: November 1944. Dit is midden in de Hongerwinter in het nog bezette deel van Nederland. De Vischmarkt (waarschijnlijk in een stad als Groningen of een andere grote stad in het noorden/westen) was een centraal punt voor handel, maar door de extreme tekorten aan voedsel, brandstof en goederen was normale exploitatie van een café of koffiehuis nagenoeg onmogelijk.
* De Wethouder voor de Levensmiddelen: Het feit dat de brief aan deze specifieke wethouder is gericht, onderstreept de ernst van de situatie. De voedselvoorziening was de hoogste prioriteit van het lokale bestuur.
* Reden voor ontheffing: De formulering dat de exploitatie "niet naar behooren" kan geschieden, is een eufemisme voor de bittere realiteit van 1944: er was waarschijnlijk niets te verkopen, geen brandstof om het pand te verwarmen en mogelijk waren er beperkingen door de bezetter of de precaire veiligheidssituatie. De directeur pleit hier voor coulance richting de pachter vanwege deze overmachtssituatie.

Samenvatting

  • Administratieve context: De brief is een formeel ambtelijk schrijven waarin een eerder voorstel wordt ingetrokken. Er was sprake van een plan om de bovenverdieping van een koffiehuis onder te verhuren aan een bureau voor paardentractie-transport. Omdat dit bureau elders ruimte heeft gevonden, vervalt dit deel van het eerdere voorstel van 25 oktober 1944.
  • Exploitatieplicht: De kern van de brief is het verzoek om pachter M. van Meekeren te ontlasten van zijn contractuele plicht om het koffiehuis op de Vischmarkt open te houden. In die tijd was het gebruikelijk dat pachters van gemeentelijke panden op marktpleinen verplicht waren tijdens markturen exploitatie te voeren.
  • Terminologie: Het gebruik van "Paardentractie" is kenmerkend voor de oorlogsjaren, toen gemotoriseerd vervoer door brandstofgebrek nagenoeg stil lag en men teruggreep op paard en wagen. De taal is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "jl." voor jongstleden).

Historische Context

  • Historische periode: November 1944. Dit is midden in de Hongerwinter in het nog bezette deel van Nederland. De Vischmarkt (waarschijnlijk in een stad als Groningen of een andere grote stad in het noorden/westen) was een centraal punt voor handel, maar door de extreme tekorten aan voedsel, brandstof en goederen was normale exploitatie van een café of koffiehuis nagenoeg onmogelijk.
  • De Wethouder voor de Levensmiddelen: Het feit dat de brief aan deze specifieke wethouder is gericht, onderstreept de ernst van de situatie. De voedselvoorziening was de hoogste prioriteit van het lokale bestuur.
  • Reden voor ontheffing: De formulering dat de exploitatie "niet naar behooren" kan geschieden, is een eufemisme voor de bittere realiteit van 1944: er was waarschijnlijk niets te verkopen, geen brandstof om het pand te verwarmen en mogelijk waren er beperkingen door de bezetter of de precaire veiligheidssituatie. De directeur pleit hier voor coulance richting de pachter vanwege deze overmachtssituatie.

Gerelateerde Documenten 5