Ingekomen brief/klacht gericht aan een overheidsinstantie.
Origineel
Ingekomen brief/klacht gericht aan een overheidsinstantie. [Marginale aantekeningen linksboven:]
t.v.b
H.N. Memo
S.
[Bovenaan:]
9 MEI 1944 [stempel]
Marktwezen [handgeschreven]
8 Mei
[Adres:]
Aan de Directeur der Distributie
Amsterdam.
[Stempel:]
№ 46A/86/1 M.1944 13/5
[Inhoud:]
Gezien de moeilijkhe-
den bij de verdeeling van de visch
vraag ik beleefd uw aandacht
voor het volgende.
Uit de kranten vernamen wij
dat er in meer buurten visch
verdeeld zou worden, dit juich
ik ten zeerste toe, omdat wij
soms 3 x in een week naar de
Albert Cuypstr gaan, en haast
nooit aan de beurt komen.
Er is mij bekend, dat er man
vrouw en dochter uit 1 gezin
te gelijk in de rij staan en
ieder met een portie visch
naar huis gaan, voor deze
tijd niet zoo erg mooi. In deze brief uit mei 1944 beklaagt een Amsterdamse burger zich over de gebrekkige visdistributie tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht is tweeledig:
1. Logistiek: De schrijver moet vaak tevergeefs naar de Albert Cuypstraat lopen (een centrale markt in Amsterdam-Zuid) omdat de vis daar snel op is. Het plan om de distributie over meer buurten te verspreiden wordt daarom enthousiast begroet.
2. Sociale rechtvaardigheid: De schrijver signaleert misbruik van het systeem. Gezinsleden staan apart van elkaar in de rij om zo meerdere porties te bemachtigen, ten koste van anderen die met lege handen achterblijven. De opmerking dat dit "voor deze tijd niet zoo erg mooi" is, getuigt van de morele verontwaardiging over asociaal gedrag in tijden van schaarste.
De ambtelijke stempels en codes tonen aan dat dergelijke klachten serieus werden geregistreerd binnen het bureaucratische apparaat van de Distributiedienst en het Marktwezen. Tijdens de late oorlogsjaren (1944) was de voedselvoorziening in bezet Nederland kritiek. Bijna alles was "op de bon". Vis was een belangrijk alternatief voor vlees, dat nauwelijks meer verkrijgbaar was, maar ook de aanvoer van vis was onregelmatig door de oorlogssituatie op zee en brandstoftekorten voor de vissersvloot.
De Albert Cuypmarkt was en is een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening. De rijen ("wachtrijen") waren in 1944 een dagelijks straatbeeld. Het 'solidariteitsgevoel' werd zwaar op de proef gesteld door de honger; burgers hielden elkaar nauwlettend in de gaten om te zien of niemand meer kreeg dan zijn rechtmatige deel. Deze brief is een directe getuigenis van de dagelijkse overlevingsstrijd en de sociale spanningen die de schaarste met zich meebracht, slechts enkele maanden voor de Spoorwegstaking en de daaropvolgende Hongerwinter. H.N. Memo Marktwezen