Archiefdocument
Origineel
27 juli 1944. Bedrijfschap voor Visscherijproducten, Afdeling Verdeeling. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN
AFD. Verdeeling
BETREFFENDE vischzendingen van de "Imex"
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN [blanco]
No. [blanco]
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 15866/V/Dam.
BIJLAGEN [blanco] STUKS, T.W.: [blanco]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM.-W-
'S-GRAVENHAGE, 27 Juli 1944
2e ADELHEIDSTRAAT 300
[Stempels: N=46A/91/8 ; M. 1944 29/7]
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 12 Juli j.l. inzake de vischzendingen van de "Imex", kunnen wij U het volgende mededeelen.
Over het leveren van onderwicht hebben wij een bespreking gehad met de Commissie van Advies voor de Verdeeling van Zeevisch en de Afd. IJmuiden van de Vakgroep Groothandel. In deze bespreking hebben wij er nadrukkelijk opgewezen, dat de groothandel te IJmuiden, krachtens artikel 8 van de "Prijzenverordening 1943", verplicht is bij het afzenden een overwicht te leveren van ten minste 5% voor grove visch en 3% voor fijne visch. In deze bespreking hebben beide instanties hun medewerking voor de juiste naleving van de Prijzenverordening 1943 toegezegd.
Voorts zijn op 30 Juni j.l. de belanghebbenden per circulaire op hun verplichting gewezen en daarbij zijn ernstige maatregelen in uitzicht gesteld tegen de handelaren, die zich schuldig maken aan het leveren van onderwicht.
Uit bovenstaande blijkt, dat het onderwicht onze volle aandacht heeft, doch het is ons onmogelijk in het onderhavige geval maatregelen tegen de "Imex" te nemen, aangezien uit het "rapport de Haer" blijkt, dat elke mand een inhoud had van 50 kg tong. Op deze vischsoort moet "bij afzending" een overwicht van 3% aanwezig zijn en wij achten een slijm- en waterverlies van 3%, bij het vervoer van IJmuiden naar Amsterdam, niet uitgesloten. Eerst wanneer er minder dan 50 kg wordt geleverd, achten wij ons gerechtigd maatregelen te nemen. Uw verzoek moeten wij derhalve tot onze spijt afwijzen.
BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN,
[Handtekening]
Secretaris
Ha.
[Marginale notities linkerzijde:]
Hoe komt het, dat Insp. op 5 nog geen kennis van dezen brief had genomen? JHD
3/8 ontvangen; Insp. mee bezig JHD 4/8 * Kernproblematiek: De brief behandelt een juridisch-technisch geschil over het gewicht van geleverde vis. De Amsterdamse marktmeester beklaagt zich over "onderwicht" (te weinig gewicht bij aankomst) door de firma Imex.
* Regelgeving: Het Bedrijfschap beroept zich op de "Prijzenverordening 1943". Deze stelde dat handelaren bij verzending extra gewicht moesten toevoegen (3% tot 5%) om het natuurlijke verlies aan vocht en slijm tijdens transport te compenseren.
* Besluitvorming: Het Bedrijfschap wijst de klacht af. Hun redenering is dat de manden bij vertrek in IJmuiden precies 50 kg wogen. Hoewel ze bij aankomst in Amsterdam waarschijnlijk lichter waren door vochtverlies, was dit binnen de wettelijk toegestane marge. Men grijpt pas in als het gewicht bij vertrek al onder de norm ligt.
* Bureaucratic proces: De handgeschreven kanttekeningen tonen de interne controle binnen de Amsterdamse gemeentelijke dienst (Marktwezen). Ambtenaar 'JHD' vraagt zich geërgerd af waarom de betreffende inspecteur pas laat op de hoogte was van dit schrijven. * Tijdsgewricht: De brief dateert van juli 1944, de late bezettingsperiode in Nederland. Voedselvoorziening was op dat moment een kritieke en streng gereguleerde zaak. Elke kilo vis was van groot belang voor de bevoorrading van Amsterdam.
* Het Bedrijfschap: Dit was een zogenaamde 'ordende' organisatie, ingesteld door de bezetter om de economie volgens corporatistische lijnen te sturen. Het controleerde de gehele keten van vangst tot distributie.
* Locatie: De Jan van Galenstraat in Amsterdam was (en is nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de voedseldistributie in de stad.
* Historische waarde: Dit document illustreert de paradox van de bezettingstijd: terwijl de schaarste toenam en de zwarte markt bloeide, hield de officiële bureaucratie zich minutieus bezig met strikte naleving van gewichtsmarges en verordeningen. Dit "papieren werkelijkheid" proces ging door tot vlak voor de Hongerwinter.