Officiële correspondentie (brief).
Origineel
Officiële correspondentie (brief). 26 juni 1944. Bedrijfschap voor Visscherijproducten, Afdeling Juridische Zaken, 's-Gravenhage. Den Dienst van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN
Afdeeling Jur.Zaken
Betreffende intrekking toewijzing garnalen
Bericht op schrijven 15-6-44 46^A/110/1
Bij antwoord vermelden 13959 JZ/Gr
Bijlagen ........ Stuks t.w. ................
's-Gravenhage, 26 Juni 1944.
Den Dienst van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM.
Nº 46^A/110/3 M. 1944 27/6 [Stempel]
Tot onze groote verwondering namen wij kennis van Uw bovenvermeld schrijven, waarin U ons mededeelde, dat de toewijzing van J. Coenra door U was ingetrokken in verband met den verkoop door dezen van aardbeien tegen te hoogen prijs, zonder dat het Bedrijfschap tot deze intrekking opdracht heeft gegeven.
Een dergelijke gang van zaken is evenwel in strijd met de afspraak, welke wij eenigen tijd geleden met Uw Directeur hebben gemaakt naar aanleiding van het feit, dat de Burgemeester van Amsterdam zich bereid had verklaard bij het intrekken van toewijzingen de bepalingen van het Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening in acht te nemen. Temeer bevreemdt ons Uw handelwijze, nu aan de intrekking van deze garnalentoewijzing geen enkele overtreding aangaande garnalen of eenig ander visscherijproduct ten grondslag ligt.
Wij verzoeken U ter voorkoming van moeilijkheden Coenra voornoemd onmiddellijk weer in het bezit van zijn toewijzing te stellen.
Voor [afgebroken]
2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage — Postgirorekening 351833 — Telegram-adres: BEVIPRO
Telefoon 720080 en 772162, Intercomm. XX. Voor afdeeling Distributie 722641.
40305-10000-1-'44 V.V.O. 6698 K 2435 * Kern van het geschil: Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten protesteert tegen een besluit van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De Dienst heeft de vergunning (toewijzing) voor garnalen van een handelaar genaamd J. Coenra ingetrokken.
* De aanleiding: De handelaar had aardbeien (een product buiten de vissector) tegen een te hoge prijs verkocht.
* Juridisch argument: Het Bedrijfschap stelt dat de Dienst van het Marktwezen buiten haar boekje is gegaan. Ten eerste omdat er geen overtreding is begaan binnen de vissector, en ten tweede omdat de afgesproken procedures (het Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening) niet zijn gevolgd. Het Bedrijfschap eist onmiddellijke rectificatie om "moeilijkheden" te voorkomen.
* Toon: De brief is formeel en dwingend ("Tot onze groote verwondering", "bevreemdt ons", "onmiddellijk weer in het bezit stellen"). Dit document stamt uit juni 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een systeem van vergunningen, toewijzingen en distributiebonnen. De "Bedrijfschappen" waren publiekrechtelijke organisaties die toezicht hielden op specifieke sectoren.
De strijd tegen de zwarte markt en prijsopdrijving (zoals de "te hooge prijs" voor aardbeien) was een prioriteit voor de autoriteiten. Echter, dit document toont de bureaucratische frictie tussen verschillende instanties: de lokale Amsterdamse marktcontrole versus het landelijke sectorale toezicht. Het laat zien dat zelfs in oorlogstijd strikte juridische procedures en bevoegdheidsafbakeningen (competentiestrijd) een grote rol speelden in het dagelijks bestuur. Het genoemde "Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening" was de juridische basis waarop economische delicten in de voedselketen werden berecht.