Archiefdocument
Origineel
20 juli 1944. N. Posthumius, woonachtig aan de Mierisstraat 3 hs. te Amsterdam. Directeur Sixma van het Marktwezen (J.J. Sixma van Heemstra), Amsterdam. Nº 46A/150/1 M. 1944 2/7
Amsterdam 20-7-44.
Aan Den Directeur Sixma
v. Marktwezen.
Mijnheer!
Ondergeteekende, N. Posthumius,
verzoekt beleefd, wanneer het noodig
mocht zijn, zijn toewijzing aan zijn
zoon af te geven:
Ik heb nog al vaak visch van de visch-
markt, en heb daar veel geloop voor, zoo-
dat ik dan mij toewijzing niet kan krijgen,
als ik niet op de markt kan zijn.
Hoogachtend,
Mierisstraat 3 hs. N. Posthumius. De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse burger aan de directeur van de Dienst van het Marktwezen. De schrijver, N. Posthumius, vraagt toestemming om zijn "toewijzing" (waarschijnlijk een distributievergunning of een handelstoewijzing) door zijn zoon te laten ophalen. De reden hiervoor is praktisch van aard: Posthumius is vanwege zijn werkzaamheden op de vismarkt vaak fysiek niet in de gelegenheid om zelf op tijd aanwezig te zijn voor de uitgifte ("heb daar veel geloop voor"). Het handschrift is verzorgd en de toon is beleefd, wat passend is voor de hiërarchische verhoudingen van die tijd. Het document stamt uit juli 1944, een turbulente fase in de Tweede Wereldoorlog, vlak na de invasie in Normandië. In het bezette Nederland was de schaarste aan voedsel groot en de distributie ervan was aan uiterst strenge regels gebonden. De Dienst van het Marktwezen, onder leiding van directeur J.J. Sixma van Heemstra, speelde een centrale rol in het reguleren van de voedselstromen in Amsterdam. Deze brief illustreert de bureaucratische last en de praktische problemen waar kleine handelaren mee te kampen hadden om aan hun toegewezen waren of papieren te komen in een tijd van strikte regulering. De datum op de brief, 20 juli 1944, is historisch saillant omdat het de dag was van de mislukte aanslag van Von Stauffenberg op Adolf Hitler. J.J. Sixma N. Posthumius Marktwezen