Handgeschreven verzoekschrift gericht aan een ambtelijke instantie (waarschijnlijk het Distributiekantoor).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift gericht aan een ambtelijke instantie (waarschijnlijk het Distributiekantoor). 10 juli 1944 (Amsterdam). Marinus Proost, wonende aan de Utrechtse dwarsstraat 88 II, Amsterdam. [Stempel paars, linksboven:]
Nº 46ᵇ/46/1 M. 1944 22/7
[Hoofdtekst:]
Amsterdam 10 Juli 1944
Wel Edele Heer
Ondergetekende Marinus Proost
verzoek bij deze vergunning te
mogen hebben dat bij ziekte of on-
geval de toewijzingen van visch
enz enz te mogen laten ont-
vangen door mijne vrouw
Maria Antonia Gouweleeuw
Met hoogachting
M. Proost
Urechtsche dwarsstraat 88 ᶻ
[Ambtelijke aantekeningen midden:]
Vergunning
Nᵒ 139 Serie 39 Wijk 4
Toewijzing
45/b 19/5
[Schuine aantekening in potlood/inkt:]
Geen bezwaar
31-7-44
[Handtekening, mogelijk 'de Boer']
[Aantekening onderaan:]
hier is geen dokters briefje van
M Proost is een zeer oude man
die door zijne vrouw
geholpen moet worden.
[Paraaf]
[Stempel links verticaal:]
GEMEENTE AMSTERDAM
[...] GIBO 10212 Het document is een illustratie van de strikte bureaucratie rondom de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afzender, Marinus Proost, is een bejaarde man die fysiek niet meer in staat is om zelf zijn distributiebonnen of toewijzingen (hier specifiek "visch" genoemd) op te halen.
Opvallend is de ambtelijke verwerking:
1. Het verzoek: Geschreven in beleefde, enigszins ouderwetse taal ("Wel Edele Heer").
2. De controle: Een ambtenaar merkt onderaan op dat er weliswaar geen doktersverklaring aanwezig is, maar bevestigt uit eigen waarneming of dossierkennis dat de man "zeer oud" is en hulp nodig heeft.
3. De beslissing: De aantekening "Geen bezwaar" met datum (31 juli 1944) toont aan dat het verzoek na drie weken werd ingewilligd. De diverse nummers en codes (Serie 39, Wijk 4) verwijzen naar het destijds vigerende distributiesysteem per wijk. Dit schrijven dateert van juli 1944, slechts enkele maanden voor de beruchte Hongerwinter. In deze fase van de Duitse bezetting was de schaarste in de steden al zeer groot en was bijna alles "op de bon". De Utrechtse Dwarsstraat in Amsterdam, waar de afzender woonde, was een volksbuurt waar de nood hoog was.
Het document werpt licht op de menselijke kant van de oorlog: zelfs voor een eenvoudige handeling als het laten ophalen van een beetje vis door een echtgenote, moest een officiële procedure worden doorlopen. De opmerking over het ontbreken van een "dokters briefje" getuigt van de strenge regels die golden om fraude met distributiebescheiden te voorkomen, maar ook van de informele coulance die ambtenaren soms nog konden betrachten.