Getypt rapport / ambtelijk verslag.
Origineel
Getypt rapport / ambtelijk verslag. 31 oktober 1944. $N \text{\textordmasculine} 46^{A}/203/1$ $M. 1944 \frac{13}{11}$
Rapport betreffende de merken van de kisten, waarin gerook-
te paling van de rookers: J.Schilder, L.M.Snoek en F.Morees, op
19 October 1944 per expeditie Boelhouwer-Kruyswijk werd verzonden
aan het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 2e Adelheidstraat
300 te Den Haag.
Bij zonderzoek ten kantore van genoemde expediteurs is uit de
desbetreffende administratie gebleken, dat er dien dag drie zen-
dingen, van totaal 169 kisten gerookte aal waren afgezonden t.w.:
40 kisten gemerkt R;
30 " " H.A.;
99 " " B.
Naar de walbaas op de steiger van het Rokin verklaarde, is de
zending van drie partijen gerookte aal, welke op 19 October 1944
ontvangen werd, den daarop volgenden xxx morgen in Den Haag afge-
leverd; tevens wees hij een knecht aan, die de kisten had gemerkt.
Deze knecht verklaarde eerst 90 en 9 kisten te hebben gemerkt
met de letter B.; vervolgens 14 en 16 kisten met de letters H.A.
en tenslotte 40 kisten met de letter R.
Volgens de nota's van de bovengenoemde firma's werden door
F.Morees ingezonden 99 kisten met totaal 1920 pond gerookte aal;
door L.M.Snoek 30 kisten met totaal 2850 pind gerookte aal en door
J.Schilder 40 kisten met totaal 3590 pond gerookte aal.
Amsterdam, 31 October 1944.
w.g.H.F. de Vries. Het document is een verslag van een administratieve controle of een opsporingsonderzoek naar de logistieke keten van gerookte vis. De kern van het rapport is het verifiëren of de verzonden hoeveelheden en de markeringen op de kisten overeenstemmen met de administratie van de expediteurs, de verklaringen van het personeel op de kade (het Rokin in Amsterdam) en de facturen (nota’s) van de producenten.
Gegevens per roker:
* F. Morees: 99 kisten (gemerkt 'B'), totaalgewicht 1920 pond.
* L.M. Snoek: 30 kisten (gemerkt 'H.A.'), totaalgewicht 2850 pind [sic, bedoeld wordt pond].
* J. Schilder: 40 kisten (gemerkt 'R'), totaalgewicht 3590 pond.
Opvallend is de gedetailleerde getuigenis van de 'knecht' die de kisten merkte. Dit duidt op een onderzoek waarbij men mogelijke onregelmatigheden of fraude in de gewichten of bestemmingen wilde uitsluiten. Dit rapport is opgesteld op 31 oktober 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog en aan het begin van de Hongerwinter in West-Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening uiterst precair en stond de handel onder strikt toezicht van zowel de Duitse bezetter als Nederlandse distributieorganen.
Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten was een overkoepelend orgaan dat de productie en distributie van vis reguleerde. Het feit dat dit onderzoek plaatsvond, suggereert dat er een sterke noodzaak was om elke zending voedsel strikt te controleren om zwarte handel te voorkomen of om te garanderen dat vorderingen voor de publieke distributie correct werden uitgevoerd. De locatie van verzending (Rokin, Amsterdam) wijst op vervoer over water, wat destijds een van de weinige overgebleven betrouwbare transportmethoden was vanwege het gebrek aan brandstof voor vrachtwagens en de spoorwegstaking van 1944.