Archiefdocument
Origineel
$N^o$ $\underline{m}/6^A/203/2$ M. 1944 $^{14}/_{11}$
Levering gerookte paling aan Bedrijfschap Visscherijproducten
te Den Haag.
In verband met overeenkomst, dat 25% van den aanvoer te
Makkum gerookt aan Den Haag moest worden doorgeleverd, werd
omstreeks 16 en 17 October 1944 aan de rookers te Volendam en
Monnikendam opdracht gegeven het gerookte product zoodanig te
verpakken, dat dit voor verzending naar Den Haag geschikt was.
Dit is zooveel mogelijk telefonisch, doch ook mondeling door
ambtenaren van de Prijsbeheersching doorgegeven.
De op 19 October 1944 met Boelhouwer en Kruiswijk verzonden
partijen werden dan ook door de rookers geheel verzendklaar ge-
leverd. Het betrof de volgende partijen:
Morees, Monnikendam: 1920 pond in 99 kistjes;
L.M.Snoek, Volendam: $\left{ \begin{array}{l} 1575 \text{ pond} \ 1284 \text{ "} \end{array} \right}$ in 30 kisten;
Gebr.Schilder, Volendam: $\left{ \begin{array}{l} 1190 \text{ pond} \ 1800 \text{ "} \ 600 \text{ "} \end{array} \right}$ in 40 kisten.
De genoemde partijen werden te Volendam, vóór het dichtmaken
der kisten door Lammers beoordeeld, om te zien of de kwaliteit
zoodanig was, dat zij het transport naar den Haag konden ver-
dragen. Lammers keurde de aal zonder uitzondering goed. Ik was
hierbij tegenwoordig.
De vracht werd per vrachtauto naar de boot gereden en aldaar
afgeleverd. De partijen werden aldaar door personeel van Boel-
houwer gemerkt, partij bij partij. Zie hieromtrent bijgevoegd
rapport.
Met den Heer Van Leth heb ik afspraak gemaakt, dat de rookers
aan Den Haag zouden leveren, maar aan Amsterdam tegen rookers-
prijs zouden factureeren. Dit werd gedaan op verzoek van de
rookers, omdat ze in Amsterdam contant geld kregen, hetgeen ze
liever hadden, terwijl zij hun geld in Den Haag slechts via
giro- of bankrekening konden ontvangen. Amsterdam zou dan aan
Den Haag tegen consumentenprijs doorfactureeren, waardoor meteen
de winstmarge voor den kleinhandel te Amsterdam zou worden gere-
serveerd. Dit was de meest practische oplossing, omdat ook de
winstmarge van de overige partijen gerookte aal reeds in Amster-
dam was gereserveerd. * Onderwerp: De distributie en logistiek van gerookte paling vanuit Noord-Hollandse rokerijen naar Den Haag tijdens de bezetting.
* Sleutelfiguren en Bedrijven:
* Rokerijen: Morees (Monnikendam), L.M. Snoek (Volendam), Gebr. Schilder (Volendam).
* Transporteurs/Handelaren: Boelhouwer en Kruiswijk.
* Toezichthouders: Lammers (kwaliteitscontroleur), Van Leth (waarschijnlijk een functionaris bij het Bedrijfschap of de Prijsbeheersching).
* Logistiek proces: De paling komt uit Makkum (Friesland), wordt gerookt in de regio Waterland, gekeurd op kwaliteit (transportwaardigheid), per vrachtauto naar een boot gebracht en vervolgens naar Den Haag getransporteerd.
* Financiële constructie: Er is sprake van een opvallende omweg in de facturatie. De rokers willen contant geld ("handje contantje"), wat in Amsterdam mogelijk was, terwijl Den Haag alleen via bank/giro betaalde. Amsterdam fungeerde hier als financieel tussenstation om de winstmarges veilig te stellen en aan de wensen van de producenten te voldoen. Dit document stamt uit oktober/november 1944, de periode die in West-Nederland gemarkeerd wordt door het begin van de Hongerwinter. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd door de Duitse bezetter en Nederlandse crisisorganen (zoals de Bedrijfschappen). Paling was een kostbaar en voedzaam product.
De nadruk op de 25%-regeling toont aan hoe de overheid grip probeerde te houden op de schaarse voedselvoorraden. De voorkeur van de rokers voor contante betaling in Amsterdam wijst op het wantrouwen in het giraal verkeer en de inflatiegevoeligheid van die tijd; in een oorlogseconomie is contant geld (of ruilhandel) vaak gewilder dan een banktegoed dat bevroren of waardeloos kan worden. De kwaliteitscontrole door Lammers was essentieel omdat transport in die tijd traag en onbetrouwbaar was; bedorven waar was een enorme economische en nutritionele verliespost. Bedrijfschap Visscherijproducten Prijsbeheersching.