Getypte brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie). 24 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). extra [handgeschreven]
vP/G.
29/13/5 M
24 Maart 1939.
Mej.R.Kinsbergen,
Sint Antoniesbreestraat 22 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 dezer bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek om U vrystelling van betaling van marktgeld te verleenen niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U het verschuldigde achterstallige marktgeld niet onverwyld betaalt, zal Uw marktplaats op de Nieuwmarkt worden ingetrokken, zulks op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, De brief is een formeel, ambtelijk schrijven waarin een verzoek om vrijstelling van marktgeld wordt afgewezen. De toon is streng en dwingend. De woorden "niet" en "onverwyld" zijn in de oorspronkelijke tekst onderstreept om de onverbiddelijkheid van het besluit en de urgentie van de betaling te benadrukken.
De kern van de boodschap is een ultimatum: als de achterstallige betalingen niet onmiddellijk worden voldaan, verliest Mejuffrouw Kinsbergen haar vaste marktplaats op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Er wordt hierbij verwezen naar de formele juridische basis: het "Reglement op de Markten". Dit document stamt uit maart 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De geadresseerde, Mej. R. Kinsbergen, woonde in de Sint Antoniesbreestraat, destijds een centrale straat in de Jodenbuurt van Amsterdam. De Nieuwmarkt, waar haar standplaats was, was (en is) een belangrijk marktplein grenzend aan deze buurt.
Veel marktkramers hadden het in de jaren '30 financieel zwaar. Voor Joodse marktkooplieden zou de situatie na de Duitse inval in 1940 drastisch verslechteren door anti-Joodse maatregelen, maar deze brief toont aan dat de bureaucratische druk op kleine ondernemers ook daarvóór al groot was. Namen als Kinsbergen komen veelvuldig voor in de archieven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam; dergelijke documenten zijn vaak van genealogisch belang of dienen als bewijs van het dagelijks leven en de sociaal-economische positie van bewoners in de Jodenbuurt vlak voor de bezetting. R. Kinsbergen