Dienstvelop/adreszijde van een officiële verzending.
Origineel
Dienstvelop/adreszijde van een officiële verzending. 26 augustus 1944 (gebaseerd op het poststempel). Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten door den Handel (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart). Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Stempel boven midden/rechts]: HELP ONZE INDUSTRIE AAN GRONDSTOFFEN LEVER AFVAL
[Poststempel]: 'S GRAVENHAGE 26 VIII 17 1944
DIENST
Departement van Handel,
Nijverheid en Scheepvaart.
Aan Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14
No. 1513
TE AMSTERDAM.
Rijksbureau voor de Distributie
van Textielproducten door den Handel
Postadres uitsl. Andries Bickerweg 4
's-Gravenhage.
[Onderop, vaag blauw stempel, ondersteboven]: JAN POND [met afbeelding van een figuurtje met een zak] Dit document is een officiële envelop van de rijksoverheid uit de late periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele opvallende kenmerken zijn:
- Schaarste en Propaganda: De stempel "HELP ONZE INDUSTRIE AAN GRONDSTOFFEN LEVER AFVAL" getuigt van het enorme tekort aan grondstoffen in 1944. De bevolking werd aangespoord om alles wat hergebruikt kon worden (zoals textiel, papier, metaal) in te leveren.
- Jan Pond: Onderaan is een afdruk te zien van 'Jan Pond', een propagandamateriaal dat mensen aanmoedigde om elke week een pond afval (zoals oude metalen of kleding) in te zamelen voor de oorlogsindustrie.
- Distributie: De afzender, het Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten, was verantwoordelijk voor het beheer van de schaarse textielvoorraden en het uitgeven van distributiebonnen.
- Locatie: De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam is het adres van de Centrale Markthallen, de plek waar de voedsel- en goederenstroom naar de stad werd gecoördineerd. De datum van verzending, 26 augustus 1944, is historisch relevant: dit is slechts enkele dagen voor 'Dolle Dinsdag' (5 september 1944). De geallieerden waren in opmars in Frankrijk en België, en de spanning in het bezette Nederland nam toe.
In deze fase van de oorlog was de Nederlandse economie volledig ondergeschikt gemaakt aan de Duitse behoeften en was er aan bijna alles een gebrek. De overheid, die onder Duits toezicht stond, probeerde via distributiebureaus de schaarse goederen zo gecontroleerd mogelijk te verdelen. De correspondentie tussen het Rijksbureau voor Textiel en het Amsterdamse Marktwezen wijst waarschijnlijk op administratieve afhandeling van toewijzingen of controles van voorraden in een tijd dat de logistiek in Nederland nagenoeg stil kwam te liggen. Marktwezen Rijksbureau