Handgeschreven conceptbrief/notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief/notitie. 25 augustus 1944 (gebaseerd op referentie). I
Rijksbureau v. Dierlijke [Producten]
Afd. Speciale Vergunning
Uw ref:
Doss 174 L+ V/RG [in rood potlood:] 48/2575
Nº S 35/ d.d. 25-8-44
N.a.l. v. Uw boven aangehaalde
rappel-brief heb ik de eer U [als volgt] te berichten
In Uw brief d.d. 28-7-44
verzocht [U] de gegevens te verstrekken
v/d personen aan wien de
artikelen zouden zijn uitgereikt
bedoeld in U schrijven van
17 Juni l.l., n.l. 13 wollen
hemden en 13 wollen onderbroeken
voor koel- en vrieshuis personeel,
Aangezien genoemde goederen
nog steeds niet bij den door
mij in mijn brief d.d. 23-6-44
opgegeven detaillist (fa Determeyer
Alhier) zijn ontvangen, was het
mij niet mogelijk in den zin
als door U gevraagd op het
betreffende schrijven te antwoord[en]. Het document is een ambtelijke reactie op een 'rappel-brief' (een herinnering of aanmaning). De afzender legt uit waarom er nog geen lijst met namen van ontvangers van distributiegoederen is verstrekt. De kern van de blokkade ligt in de logistieke keten: de goederen (specifiek winterondergoed voor personeel in de koelsector) zijn nog niet gearriveerd bij de aangewezen winkelier (Firma Determeyer).
De schrijfstijl is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"), typerend voor de Nederlandse administratie uit de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst bevat verschillende doorstalingen en tussenvoegingen (zoals "als volgt"), wat duidt op een conceptversie. Dit document stamt uit augustus 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een enorme schaarste aan textiel en grondstoffen zoals wol. De distributie hiervan werd streng gereguleerd door de Rijksbureaus via een systeem van vergunningen en toewijzingen.
Personeel in 'vitale' sectoren, zoals de voedselvoorziening (koel- en vrieshuizen), kwam in aanmerking voor extra uitrusting om hun werk te kunnen doen. De bureaucratische noodzaak om per individu te verantwoorden wie wat kreeg, was een controlemechanisme tegen de zwarte handel. Dat de goederen eind augustus 1944 (vlak voor 'Dolle Dinsdag') nog niet bij de detaillist waren gearriveerd, illustreert de ontwrichting van het transport en de productie aan het einde van de oorlog.