Archiefdocument
Origineel
12 juni 1944. onderhoud met Hoofdinspecteur van
invoerrechten en accijnzen op 12-6-1944.
Hr. Prakken.
Hr. Prakken verkeerde in de meening
dat Mr. Lo namens de Gemeente heeft
gesproken over het gebruik van een kamer
van de belastingambtenaar.
Hr Prakken heeft mondeling toegestaan
de kamer te verhuren aan de V.E.W.E.N.A.
op voorwaarde dat deze kamer eventueel
op korten termijn (bv. na een maand
van opzegging door hem aan VEWENA)
weer te zijner beschikking komt.
Vraagt schriftelijke bevestiging en mede-
deeling waar en op welke wijze de inventaris
behoorende aan het Rijk is opgeborgen. Dit document is een verslag van een mondeling overleg over de herbestemming van kantoorruimte binnen een overheidsgebouw. De Hoofdinspecteur van Invoerrechten en Accijnzen, de heer Prakken, heeft een mondeling akkoord gegeven voor het tijdelijk verhuren van een kamer van een belastingambtenaar aan de organisatie V.E.W.E.N.A.
Prakken stelt hierbij duidelijke voorwaarden om de dienstverlening van de belastingdienst veilig te stellen:
1. Tijdelijkheid: De ruimte moet binnen een korte termijn (één maand opzegtijd) weer opgeëist kunnen worden.
2. Formalisering: Er wordt expliciet gevraagd om een schriftelijke bevestiging van de afspraak.
3. Beheer van Staatseigendommen: Er moet verantwoording worden afgelegd over de 'rijksinventaris' (het meubilair en de uitrusting) die zich in de kamer bevond en nu elders moet worden opgeslagen. De datum van het document, 12 juni 1944, plaatst dit schrijven in een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog, minder dan een week na D-Day. In het bezette Nederland was er op dat moment een enorme schaarste aan alles, inclusief kantoorruimte. Gebouwen werden vaak gevorderd door de Duitse bezetter of raakten beschadigd, wat leidde tot dit soort improvisaties waarbij overheidsinstanties kamers aan elkaar of aan private verenigingen onderverhuurden.
De afkorting V.E.W.E.N.A. staat vermoedelijk voor de Vereniging van Eigenaren van Woningen en Andere Gebouwen. Dat deze vereniging ruimte zocht bij de belastingdienst onderstreept de ruimtenood van die tijd. De zorgvuldigheid waarmee Prakken de rijksinventaris benoemt, toont aan dat men, ondanks de oorlogsomstandigheden, de ambtelijke procedures en de zorg voor staatseigendommen nauwgezet probeerde te handhaven. De genoemde 'Mr. Lo' was waarschijnlijk een gemeentelijk functionaris met een juridische achtergrond (vandaar de titel Meester). V.E.W.E.N.A.