Archiefdocument
Origineel
De Directeur (van de Centrale Markt/Marktwezen). 66/6/1
Amsterdam,
den Heer Hoofdinspecteur der
Invoerrechten en Accijnzen,
Oude Hoogstraat 24,
Alhier.
Naar aanleiding van Uw
telefonische mededeeling dat de ten
behoeve van Uw ambtenaren beschikbaar
gestelde kantoorruimte op het bordes van
het trappenhuis op de derde verdieping der
hal op de Centrale Markt, voorloopig niet
zal worden gebruikt, deel ik U hierbij mede,
dat deze ruimte tijdelijk aan anderen
zal worden verhuurd.
Ik bevestig hiermede tevens
de mondelinge afspraak tusschen U en
den Marktbeheerder van mijn dienst, dat deze
verhuuring op ~~die~~ zulke voorwaarden zal
geschieden, dat U, ~~indien bedoelde~~ ~~op korten termijn~~ of een
soortgelijke ruimte weder ter beschikking
kan worden gesteld zoodra de behoefte
daaraan zich weder voordoet.
~~De raadzaak behoorende~~
~~voorheen bij mijn dienst is~~
Van de zich op het kantoor
bevindende inventaris is een afsluitbare kast blijven
staan; de andere meubelen t.w. twee
tafels en vijf stoelen zijn van wege mijn
dienst opgeslagen op kamer no 70. in de hal.
De Directeur,
[Handtekening onleesbaar] Het document is een zakelijke brief of een formeel concept van een brief, geschreven in een duidelijk, ambtelijk handschrift. De tekst bevat diverse doorhaalingen en correcties (met name in de laatste alinea's), wat erop wijst dat de formulering nauwkeurig werd afgewogen om de gemaakte afspraken juridisch of procedureel correct vast te leggen.
De kern van de brief is dat een kantoorruimte die gereserveerd was voor ambtenaren van de Invoerrechten en Accijnzen (de douane), momenteel niet wordt gebruikt. De directeur van de markt besluit daarom de ruimte aan derden te verhuren, onder de voorwaarde dat de douane de ruimte (of een gelijkwaardig alternatief) weer kan opeisen zodra dat nodig is. Ook wordt de status van het meubilair (de inventaris) vastgelegd: één kast blijft staan, de rest gaat naar een opslagruimte (kamer 70). Dit schrijven vindt plaats in de context van het beheer van de Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat). Op dergelijke groothandelsmarkten was de aanwezigheid van de rijksinspectie voor Invoerrechten en Accijnzen essentieel voor de controle op accijnsgoederen en invoerrechten.
Het adres van de geadresseerde, Oude Hoogstraat 24, is het adres van het Oost-Indisch Huis in Amsterdam, waar destijds inderdaad de belastingdienst en de inspectie der invoerrechten en accijnzen gehuisvest waren. Het document geeft een inkijkje in de pragmatische omgang met schaarse kantoorruimte binnen de gemeentelijke marktgebouwen in het midden van de 20e eeuw.