Ambtelijke brief/memorandum van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum van de Gemeente Amsterdam. 30 november 1943. De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
vertrouwelijk?
W. Bitter
ter kennisneming
VD/SV
66/17/3 M.
30 November 1943.
Verhuring cantine
Hal aan Nederlandsche
Middenstandsbank.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
============
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat het met de Nederlandsche Middenstandsbank gesloten contract voor den huur van een cantine in de Hal (zuidzijde) van de Centrale Markt (vide bijlage van het Besluit van den Burgemeester d.d. 11 September 1942 No. 809 L.M.) op 1 October jl. expireerde. De Bank heeft door een misverstand verzuimd gebruik te maken van het haar krachtens artikel 7 van het contract verleende recht van optie.
Wij hebben getracht een langer contract met de Bank af te sluiten, waarbij voor het eerste jaar dezelfde condities zouden gelden, doch waarbij 2 nieuwe contractsjaren zouden aansluiten, waarvan de huurprijs op f.3000.- zou worden bepaald. Wij meenden op dezen basis met de Bank te kunnen onderhandelen, omdat wij van meening zijn, dat de Bank op de Centrale Markt een unieke gelegenheid heeft om haar bedrijf te midden van haar cliëntele uit te oefenen. Wij hebben ons op 26 October jl. in verband hiermede tot het Bureau voor Onroerende Zaken gewend en ontvingen op 11 November jl. antwoord. Van deze brieven doen wij U hierbij afschrift toekomen. Hierbij merken wij op, dat door genoemd Bureau ter zake met ons geen overleg werd gepleegd.
Nu de zaak evenwel dezen loop heeft genomen meenen wij het beste te kunnen doen door U voor te stellen goed te keuren, dat met bedoelde bankinstelling een contract wordt aangegaan voor den tijd van één jaar en wel van 1 October 1943 tot 30 September 1944.
Alsdan zal de zaak opnieuw in behandeling kunnen worden genomen.
De Gemeentelijke Adviseur voor De Directeur,
Voedings- en Distributieaange-
legenheden, In deze brief wordt de wethouder geadviseerd over een administratieve fout van de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB). De bank was vergeten haar optierecht te lichten voor de huur van een kantine in de Centrale Markthal, waardoor het contract formeel was verlopen. De schrijvers van de brief wilden eigenlijk een nieuw driejarig contract afsluiten met een huurverhoging naar 3000 gulden na het eerste jaar. Dit stuitte echter op problemen of gebrek aan communicatie met het Bureau voor Onroerende Zaken. Als pragmatische tussenoplossing wordt nu voorgesteld om een tijdelijk contract voor één jaar af te sluiten, zodat de bank kan blijven zitten en er later opnieuw over de lange termijn onderhandeld kan worden. Het document dateert uit november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markthal in Amsterdam was in deze periode van vitaal belang voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. De functionarissen die de brief ondertekenen (Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden) hielden zich dagelijks bezig met de complexe logistiek van voedselbonnen en schaarste. Dat de NMB (een voorloper van de huidige ING) daar een vestiging/kantine had, toont aan hoe belangrijk de markt was als economisch knooppunt. De ambtelijke toon van de brief laat zien dat de bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, op de voet van de regels probeerde door te draaien.