Officiële kennisgeving/brief.
Origineel
Officiële kennisgeving/brief. 14 februari 1944. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). [Linksboven, getypt:]
77/8/2 M. RP.
[Middenboven, handgeschreven:]
Verzonden 14/2 Bedr Chef
[Rechtsboven, getypt:]
14 Februari 1944
[Adres, getypt:]
Den Heer R.J.Coenen
Ch. de Bourbonstraat 30 III
Amsterdam-West
====================
[Inhoud, getypt:]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 10 Februari 1944 op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij diefstal van een partij sinaasappelen.
Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt den toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Dinsdag 15 Februari 1944 tot en met Maandag 28 Februari 1944, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorgelegd, of U voor langeren tijd dient te worden uitgesloten.
De Directeur, * Onderwerp: Een tijdelijk toegangsverbod voor de Centrale Markt in Amsterdam.
* Aanleiding: De geadresseerde, de heer Coenen, wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de diefstal van een partij sinaasappelen op 10 februari 1944.
* Sanctie: Een directe schorsing van veertien dagen (van 15 t/m 28 februari).
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar artikel 35 van het 'Reglement op de Centrale Markt'.
* Escalatie: De directie laat de beslissing over een eventuele langdurige of definitieve uitsluiting over aan de Burgemeester van Amsterdam.
* Toon: De brief is kort, zakelijk en streng, passend bij de strikte handhaving van orde en distributie tijdens de oorlogsjaren. Dit document stamt uit februari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het vitale distributiepunt voor de voedselvoorziening van de stad.
In deze periode was er sprake van toenemende schaarste. Producten zoals sinaasappelen waren uiterst schaars en werden streng gerantsoeneerd of waren enkel voorbehouden aan specifieke groepen (zoals zieken). Diefstal of handel op de zwarte markt werd in deze context zeer zwaar opgenomen, omdat het de gecontroleerde distributie ondermijnde.
De betrokkenheid van de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) bij de definitieve uitsluiting onderstreept het belang dat de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur hechtten aan de controle over de markt. De straatnaam in het adres, de Charlotte de Bourbonstraat, ligt in de buurt van de markt, wat suggereert dat de heer Coenen mogelijk als handelaar of sjouwer werkzaam was op het terrein.