Proces-verbaal (pagina 4, slotpagina).
Origineel
Proces-verbaal (pagina 4, slotpagina). 4 maart 1944. (4)
Nu is gebleken dat de ploeg die zich schuldig aan diefstal van
aardappelen heeft gemaakt,voordat zij begonnen te lossen eerst
aardappelen in een handkar hadden gedeponeerd.Deze handkar had-
den zij terzijde van de wagon geplaatst en tegen etenstijd om-
streeks 9,30 uur v.m.door een jongen van de Markt laten brengen.
Waarom deze menschen zich aan de aardappelen vergrepen hebben
snap ik niet.Ten eerste hebben zij een weekloon van ongeveer f 50
en ten tweede hebben zij een extra rantsoen aardappelen per week,
(dit is in overleg met de desbetreffende instanties in Den Haag
geregeld.)Hoeveel aardappelen zij op deze manier ontvreemd hebben
is voor mij niet na te gaan,doch volgens de mededeeling dat zij
vier maal een handwagen met aardappelen ontvreemd hebben,is het
zeker meer dan zij opgegeven te hebben ontvreemd.De schade welke
de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen geleden
heeft is minstens f 50-.Ik verzoek U tegen deze personen een
strafrechtelijke vervolging in te stellen.Na voorlezing volhard
ik bij deze verklaring en teeken haar met U.
[Handtekening: J.H. Boon] [Handtekening: (onleesbaar, mogelijk aangever)]
[Handtekening: B. Pelthuis]
Ten slotte vermelden wij,verbalisanten,nog dat de naam,adres en
geboorte datum van de in dit proces verbaal genoemde personen
zijn conform hun persoonsbewijs.
En hebben wij hiervan dit proces verbaal op den door ons afge-
legden ambtseed opgemaakt,geteekend en gesloten te Amsterdam
4 Maart 1900 vier en veertig.
De ambtenaren van het Marktwezen,
J.H. Boon.
[Handtekening: J.H. Boon]
B. Pelthuis.
[Handtekening: B. Pelthuis]
Gezien:
De Commissaris van Politie
[Handgeschreven aantekening in rood potlood/inkt:]
Kan Hendriks namens T.W.A. dam
aangifte doen? [Paraaf] * De misdaad: Het document beschrijft een georganiseerde diefstal door een "ploeg" arbeiders die belast waren met het lossen van aardappelen. Ze zetten eerst een deel apart in een handkar en lieten deze door een hulpje ("een jongen van de Markt") weghalen tijdens hun pauze.
* Motivatie en verbazing: De aangever spreekt zijn verbazing uit over de diefstal ("snap ik niet"). Hij voert aan dat de mannen een redelijk loon verdienden (50 gulden per week) en bovendien een officieel extra rantsoen aardappelen kregen. Dit wijst op een bevoorrechte positie vergeleken met de gemiddelde burger in die tijd.
* Schade: De schade wordt geschat op minstens 50 gulden, gebaseerd op de melding dat er vier handwagens vol zijn ontvreemd. De gedupeerde partij is de "Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen".
* Juridische aspecten: Het document eindigt met de standaardformule van een proces-verbaal. Er wordt specifiek verwezen naar het "persoonsbewijs" (de door de bezetter ingevoerde identificatieplicht). Dit document stamt uit maart 1944, een periode van toenemende schaarste en distributieproblemen in het bezette Nederland. Aardappelen waren van cruciaal belang voor de voedselvoorziening. Diefstal van voedsel werd in deze fase van de oorlog zeer streng bestraft.
Het feit dat de arbeiders een "extra rantsoen" kregen via afspraken met instanties in Den Haag, toont aan hoe de voedselvoorziening tot in de details gereguleerd was om de orde en de arbeidsproductiviteit te handhaven. De bemoeienis van het "Marktwezen" en de politie onderstreept de ernst waarmee economische delicten (zoals diefstal uit de officiële distributieketen) werden behandeld. De handgeschreven notitie onderaan suggereert een interne procedurele vraag over wie bevoegd was de formele aangifte namens de organisatie te doen.