Extract uit het "Boek der Besluiten" van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het "Boek der Besluiten" van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 13 januari 1939. Geldendverklaring collectieve arbeidsovereenkomst voor het Isolatiebedrijf op bestekswerken en wijziging van de besteksloonlijst.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 13 Januari 1939.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien het schrijven van de afd. Amsterdam van den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond van 3 Januari 1939, Letter R.M./No.32;
B e s l u i t e n :
A. de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Isolatiebedrijf, aangegaan tusschen:
a. de Vereeniging in het Isolatiebedrijf van Leveranciers en werkgevers, genaamd "V.I.B.", gevestigd te Amsterdam,
ter eenre zijde en
b. den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond, gevestigd te Amsterdam,
c. den Nederlandschen R.K. Metaalbewerkersbond, gevestigd te Utrecht,
d. den Christelijken Metaalbewerkersbond in Nederland, gevestigd te Leiden,
ter andere zijde,
welke arbeidsovereenkomst geldt tot 1 Mei 1939 en voorts zoolang zij, overeenkomstig het bepaalde in art. 22 dezer overeenkomst, ongewijzigd blijft voortbestaan, aan te nemen als geldend voor het desbetreffend bedrijf, gedurende den duur dier overeenkomst.
Mitsdien wordt bepaald, dat gedurende het tijdvak, dat vorengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst geldt, in de desbetreffende bestekken enz., van de "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur in bestekken voor Gemeentewerken" zal worden afgeweken voor de categorieën: Isoleerder en hulpisoleerder, voorkomende op de lijst, bedoeld sub II dier "Bepalingen", door op de punten, welke eveneens doch anders zijn geregeld in de bovengenoemde arbeidsovereenkomst, de laatstbedoelde regeling te volgen.
B. de lijst van minimum-loonen, bedoeld sub II van de "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur in bestekken voor Gemeentewerken", zooals deze is vastgesteld bij hun besluit van 24 April 1936, No. 22/1a Arb. en laatstelijk is gewijzigd bij hun besluit van 24 Juni 1938, No. 22/9a Arb., te wijzigen als volgt:
achter:
"Isoleerder" wordt in plaats van: "65 cent", gelezen: "72 cent";
"Hulpisoleerder" " " " " " : "40 cent", " : "45 cent".
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (10 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.
EL
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) J.H. v Beusekom l.s. Het document is een formeel besluit van het Amsterdamse stadsbestuur om de arbeidsvoorwaarden uit de private sector (de CAO voor het isolatiebedrijf) over te nemen voor gemeentelijke projecten.
Kernpunten van het besluit:
1. Erkenning CAO: De gemeente verklaart de afspraken tussen de werkgeversvereniging V.I.B. en de drie grote metaalbonden (algemeen, katholiek en christelijk) van toepassing op haar eigen bestekken.
2. Loonsverhoging: Het besluit concretiseert een loonstijging voor geschoolde isoleerders (van 65 naar 72 cent per uur) en hulpisoleerders (van 40 naar 45 cent per uur).
3. Administratieve verankering: Het besluit wijzigt de bestaande gemeentelijke bepalingen uit 1936 en 1938, waardoor de nieuwe lonen de officiële ondergrens worden voor aannemers die voor de stad werken. Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de sterke positie van de vakbonden in Amsterdam en de vroege vorm van het 'poldermodel', waarbij de overheid marktconforme CAO-afspraken direct implementeerde in het eigen inkoopbeleid (de bestekken).
Opvallend is de vermelding van drie verschillende metaalbewerkersbonden: de Algemeene (neutraal/sociaal-democratisch), de R.K. (Rooms-Katholiek) en de Christelijke (Protestants). Dit is een schoolvoorbeeld van de verzuiling die de Nederlandse samenleving in die tijd kenmerkte. Zelfs in de vakbeweging waren de werknemers strikt gescheiden op basis van hun levensbeschouwing, al trokken ze in onderhandelingen met werkgevers vaak samen op, zoals hier blijkt uit de gezamenlijke overeenkomst.