Archief 745
Inventaris 745-267
Pagina 106
Dossier 1
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een ministerieel rondschrijven (circulaire).

Van: De Minister van Binnenlandsche Zaken (H. van Boeijen). Aan: Heeren Burgemeesters (in dit specifieke geval verwerkt door de Gemeentesecretarie van Amsterdam).

Origineel

Afschrift van een ministerieel rondschrijven (circulaire). De Minister van Binnenlandsche Zaken (H. van Boeijen). Heeren Burgemeesters (in dit specifieke geval verwerkt door de Gemeentesecretarie van Amsterdam). No.1/29/1 M.1939 4/5.
No.869 L.M.1938 3/5-'39.
AFSCHRIFT. -


No.1367a Kabinet van den Burgemeester

MINISTERIE VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN.

Betreffende:
Verstrekking gegevens No.328
Nederl.terreinen aan Afdeeling Kabinet.
vreemdelingen. 's-Gravenhage, 13 April 1939.

        Ten vervolge op myn rondschryven van 10 November 1938, No.

1125, Kabinet, inzake het verstrekken van gegevens omtrent de
terreingesteldheid van Nederland, heb ik de eer U mede te deelen,
dat ik het wenschelyk acht, dat ook particuliere bureaux, welke
tengevolge ~~op~~ ^van^ opdrachten, van overheidswege gegeven, [^of uit anderen hoofde over de hierbedoelde gegevens beschikken^] eenzelfde
gedragslyn volgen als die, welke in myn vorenaangehaalde circulaire
voor ambtenaren Uwer gemeente is voorgeschreven.
Ik moge U mitsdien verzoeken de verantwoordelyke hoofden
van de in Uwe gemeente gevestigde bureau, voor zoover deze met het
oog op de militaire beteekenis der gegevens, waarover zy geacht
kunnen worden de beschikking [^/te hebben^], daarvoor in aanmerking komen, te ver-
zoeken, in het algemeen zonder Uwe machtiging geen inlichtingen om-
trent de terreingesteldheid van Nederland aan derden te verstrekken.
Een aanwyzing, als hier bedoeld, ware "vertrouwelyk" te
geven, onder mededeeling, dat hieraan niet meer bekendheid dient
te worden gegeven, dan voor het beoogde doel noodig moet worden
geacht.

                                De Minister van Binnenlandsche Zaken
                                            get. Van Boeyen

Aan Heeren Burgemeesters.
Voor eensluidend afschrift:

                                Het Hoofd der Afdeeling Algemeene Zaken
                                der Gemeentesecretarie van Amsterdam,
                                            w.g. J.F. Fransen. *   **Inhoud:** Het document betreft een aanscherping van de veiligheidsvoorschriften aangaande geografische en topografische informatie van Nederland. De minister breidt een eerder verbod (uit november 1938) voor ambtenaren uit naar particuliere bureaus (zoals ingenieursbureaus of landmeters) die voor de overheid werken of over gevoelige terreingegevens beschikken.
  • Doel: Het voorkomen dat strategische informatie over het Nederlandse landschap in handen valt van "vreemdelingen" (buitenlandse mogendheden). De nadruk ligt op de "militaire beteekenis" van deze gegevens.
  • Handgeschreven wijzigingen: De tekst bevat belangrijke redactionele toevoegingen. De zinsnede "of uit anderen hoofde over de hierbedoelde gegevens beschikken" is cruciaal, omdat hiermee de reikwijdte wordt vergroot: ook bureaus die zonder directe overheidsopdracht over dergelijke data beschikken, vallen nu onder de regeling.
  • Toon: Formeel, dringend doch ambtelijk ("ik heb de eer U mede te deelen", "Ik moge U mitsdien verzoeken"). Dit document is opgesteld in april 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De internationale spanningen waren op dat moment extreem hoog.

De Nederlandse regering voerde in deze periode een strikt neutraliteitspolitiek, maar was zich zeer bewust van de dreiging van spionage. De vrees bestond dat buitenlandse diensten (met name de Duitse Abwehr) via civiele kanalen gedetailleerde kaarten of bodemgegevens in handen zouden krijgen die essentieel waren voor militaire operaties (zoals de inundatiegebieden van de Waterlinie). Dit document illustreert de overgang van een open samenleving naar een staat van verhoogde paraatheid, waarbij ook de private sector onder overheidstoezicht werd gesteld wat betreft staatsveiligheid.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft een aanscherping van de veiligheidsvoorschriften aangaande geografische en topografische informatie van Nederland. De minister breidt een eerder verbod (uit november 1938) voor ambtenaren uit naar particuliere bureaus (zoals ingenieursbureaus of landmeters) die voor de overheid werken of over gevoelige terreingegevens beschikken.
  • Doel: Het voorkomen dat strategische informatie over het Nederlandse landschap in handen valt van "vreemdelingen" (buitenlandse mogendheden). De nadruk ligt op de "militaire beteekenis" van deze gegevens.
  • Handgeschreven wijzigingen: De tekst bevat belangrijke redactionele toevoegingen. De zinsnede "of uit anderen hoofde over de hierbedoelde gegevens beschikken" is cruciaal, omdat hiermee de reikwijdte wordt vergroot: ook bureaus die zonder directe overheidsopdracht over dergelijke data beschikken, vallen nu onder de regeling.
  • Toon: Formeel, dringend doch ambtelijk ("ik heb de eer U mede te deelen", "Ik moge U mitsdien verzoeken").

Historische Context

Dit document is opgesteld in april 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De internationale spanningen waren op dat moment extreem hoog.

De Nederlandse regering voerde in deze periode een strikt neutraliteitspolitiek, maar was zich zeer bewust van de dreiging van spionage. De vrees bestond dat buitenlandse diensten (met name de Duitse Abwehr) via civiele kanalen gedetailleerde kaarten of bodemgegevens in handen zouden krijgen die essentieel waren voor militaire operaties (zoals de inundatiegebieden van de Waterlinie). Dit document illustreert de overgang van een open samenleving naar een staat van verhoogde paraatheid, waarbij ook de private sector onder overheidstoezicht werd gesteld wat betreft staatsveiligheid.

Kooplieden in dit dossier 33

K. Kol 761
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
M. Reinders 10676
Gr. Brittannië
Januari 1937 -
J. Hartgers 1225.-
Uitgaven tot fob. 950.-
N. Afrika
Vereenigde Staten 1936-'37
Vereenigde Staten 5.9%
V. Amerika 72.766
S.V. 14544
Alle 33 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4