Officieel rapport/brief (pagina 2) van de Amsterdamse politie.
Origineel
Officieel rapport/brief (pagina 2) van de Amsterdamse politie. 27 september 1937. De Inspecteur van Politie. -2-
Het uitvaardigen van een ventverbod, mèt ontheffingen, zou practisch weinig of geen verandering in den bestaanden toestand brengen; wie hierbij voor een vergunning in aanmerking te brengen, waar de grens te trekken ?.
Ook zal niet gemakkelijk een oplossing kunnen worden gevonden door het verleenen van meer standplaatsvergunningen nabij de Weesperstraat. Immers zijn thans reeds vrij veel vergunningen verleend - zie bijgaande opgave -, terwijl diverse aanvragen reeds moesten worden afgewezen in verband met bezwaren van winkeliers e.d.. Ook al zou hierover kunnen worden heengestapt, dan nog zou slechts een gedeelte der venters op voor hen bevredigende wijze kunnen worden geholpen, tenzij bijv. ook voor het verhoogde gedeelte van het J.D.Meijerplein achter de boomenrij eenige standplaatsvergunningen zouden worden verleend; met het oog op de nabijheid van de markt op het Waterlooplein, lijkt dit echter minder gewenscht ( ten opzichte van marktkooplieden onbillijk).
(In de linkermarge getypt:)
(aannemende althans dat hier kooplieden zouden willen staan );
Een middenweg zou kunnen worden gekozen, door uitvaardiging van een verbod ( zonder ontheffingen ) voor een gedeelte van den dag - ingaande bijv. om 12 uur 's-middags, zooals ook voor diverse andere straten geldig; ook dan zou echter een goed deel der venters, die zich in de Weesperstraat en naaste omgeving plegen op te houden, vrijwel in dezelfde mate worden getroffen, daar de middaguren hier voor hen de beste verkoopuren zijn.
Dat de ventersbonden in het algemeen niets voor uitbreiding van het aantal ventverbod-straten gevoelen, mag als bekend worden verondersteld.
Uit een verkeersoogpunt bezien zou het niet meer toelaten van venters in de smalle, drukke Weesperstraat, uiteraard een sterke verbetering in deze straat beteekenen.
Klachten over het venten in de Weesperstraat werden, voor zoover na te gaan, aan " Algemeene Dienstzaken " niet behandeld.
Tenslotte wordt hieraan nog toegevoegd een rapport d.d. 22 September j.l., omtrent door de winkelsluiting-ap's op het aantal venters in de Weesperstraat met straathoeken gehouden contrôles.
Amsterdam, 27 September 1937.
De Inspecteur van Politie,
(w.g.) [Handtekening] In dit schrijven analyseert een Amsterdamse politie-inspecteur de problematiek rondom de straathandel in de Weesperstraat. Het document weegt verschillende beleidsopties af:
1. Gedeeltelijk verbod met ontheffingen: Dit wordt als onuitvoerbaar gezien vanwege de subjectiviteit bij het verlenen van uitzonderingen.
2. Extra vaste standplaatsen: Er is weerstand van gevestigde winkeliers. Bovendien zou uitbreiding naar het J.D. Meijerplein oneerlijke concurrentie vormen voor de marktkooplieden op het Waterlooplein.
3. Tijdsgebonden verbod: Een verbod na 12:00 uur wordt geopperd, maar direct weer bekritiseerd omdat dit juist de piekuren van de venters raakt.
De tekst getuigt van een spanningsveld tussen drie belangen: de verkeersveiligheid (de straat is smal en druk), de economische belangen van de winkeliers, en het bestaansrecht van de straatventers (vertegenwoordigd door ventersbonden). De conclusie neigt naar het belang van verkeersdoorstroming, maar erkent de sociale gevolgen voor de venters. Dit document uit 1937 biedt een unieke inkijk in de sociaaleconomische dynamiek van de Amsterdamse Jodenbuurt vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Weesperstraat was destijds een vitale, maar overbevolkte ader in deze wijk. Veel Joodse Amsterdammers waren voor hun inkomen afhankelijk van de straathandel (venten).
De vermelding van de "smalle" Weesperstraat herinnert aan de situatie vóór de grootschalige sanering en verbreding van de straat in de jaren '60 en '70. Daarnaast is de genoemde spanning tussen de informele straathandel en de formele markt op het Waterlooplein kenmerkend voor de Amsterdamse handelsgeest van die tijd. Het rapport reflecteert een periode waarin de overheid steeds vaker probeerde de openbare ruimte te rationaliseren en te reguleren middels vergunningstelsels en verkeersmaatregelen, vaak ten koste van de traditionele kleinschalige straathandel.