Officiële vergunning voor een standplaats.
Origineel
Officiële vergunning voor een standplaats. 18 augustus 1939 (datum van uitgifte). $N^o$ 39/144/yM. 1939 $\frac{22}{8}$ [handgeschreven in rood]
[Rechtsboven handgeschreven aantekeningen:] In Ruilen DM, Ka. lu. m. leer
No. 5/302 L.M.1939.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een adres van Mozes van Baaren, geboren 15 Augustus 1908, wonende Albert Cuypstraat 147 I, waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een driewielige bakfiets ten verkoop van consumptie-ijs op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een driewielige bakfiets ten verkoop van consumptie-ijs, op den openbaren weg, den Amstelveenscheweg, tegenover perceel 667, nabij het transformatorhuisje van de G.E.W., tegen het ten Zuiden daarvan, om een onbebouwd terrein, staand hekwerk, 2 meter achter het doorloopend voetpad,
om daarvan, in de maanden Mei tot en met September, dagelijks, aanvangende te 9 uur des voormiddags, gebruik te maken, gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel, is toegestaan-
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. boven de fiets mag zich niets anders bevinden dan een zeil of een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de oppervlakte van de fiets, welke bedekking alleen aan de fiets en niet, op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag worden vastgemaakt;
d. aan de fiets mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeildoek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder en langs de fiets naar alle zijden vrij blijve;
e. onder de fiets of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, mogen zich geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
f. de straat onder en in de nabijheid van de fiets moet rein blijven;
g. de bereiding, verpakking, bewaring, behandeling en het vervoer mag uitsluitend geschieden op zindelijke wijze en zoodanig, dat verontreiniging voldoende wordt voorkomen.
Hiertoe moeten voor het gebruik ter plaatse onmiddellijk gereed zijnde eetwaren worden bewaard, hetzij in gesloten vaatwerk, hetzij in met glas bedekte bakken of kisten;
h. de verpakking van eetwaren mag niet geschieden in papier, dat reeds voor andere doeleinden is gebruikt;
i. het ijs mag niet worden afgeleverd in glazen voorwerpen of in eenige andere verpakking welke na gebruik weder moeten worden teruggegeven;
j. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullen de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
k. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede
[Handgeschreven onderaan:] uitger. 18/8 '39 [gevolgd door een paraaf]
--- Dit document is een typisch voorbeeld van een gemeentelijke verordening en vergunningsverlening uit het interbellum in Amsterdam. Het toont de zeer gedetailleerde regels waaraan straatverkopers moesten voldoen. Opvallende punten zijn:
* Strikte persoonlijke gebondenheid: De vergunninghouder mag geen personeel inhuren (punt b).
* Strenge hygiëne-eisen: Er zijn specifieke regels voor verpakking (geen hergebruikt papier) en servies (geen herbruikbaar glas), wat wijst op een groeiend besef van volksgezondheid (punten g, h, i).
* Ruimtelijke ordening: De exacte positie van de bakfiets is vastgelegd tot op de meter nauwkeurig (2 meter achter het voetpad) om de vrije doorgang en het straatbeeld niet te verstoren.
* Controle: De politie en de dienst Marktwezen hebben verregaande bevoegdheden om de verkoop direct te staken indien nodig.
--- Het document dateert van augustus 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vergunninghouder, Mozes van Baaren, was een Joodse Amsterdammer. In die tijd waren veel straatverkopers in Amsterdam van Joodse afkomst. De locatie aan de Amstelveenscheweg, nabij de toenmalige stadsgrenzen en het in ontwikkeling zijnde Amsterdamse Bos, was waarschijnlijk een gunstige plek voor de verkoop van ijs aan dagjesmensen en recreanten tijdens de zomermaanden. De archieven van de gemeente Amsterdam bevatten veel van dit soort documenten, die een rijk beeld geven van het dagelijks economisch leven in de stad vlak voor de bezetting.