Afschrift van een officiële gemeentelijke vergunning voor een standplaats op de openbare weg.
Origineel
Afschrift van een officiële gemeentelijke vergunning voor een standplaats op de openbare weg. [Bovenmarge links, paarse stempel:]
Nº 39/168/M. 1939 7/7
[Bovenmarge rechts, handgeschreven namen/paraaf:]
m. Miller
Zen. m. de Boer
[Hoofdtekst:]
No. 5/268 L.M.1939 Afschrift
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een adres van S. van Velzen, geboren 8 Maart 1892,
wonende Rapenburgerstraat 118/II, waarbij vergunning wordt ver-
zocht tot het innemen eener standplaats met een handkar ten
verkoop van versche visch op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem, tot wederopzeggens toe,
wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een handkar
ten verkoop van versche visch, op den openbaren weg, den Noord-
Oostelijken vleugel van de brug over de Nieuwe Keizersgracht
tegenover perceel Nieuwe Keizersgracht no. 9, om daarvan ge-
bruik te maken dagelijks, behalve des Zaterdags en Zondags, aan-
vangende te 8 uur v.m., gedurende de tijden, waarop het venten
met genoemd artikel, volgens de Verordening op de Winkelsluiting,
is toegestaan
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling wor-
den voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning
gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. boven de kar mag zich niets anders bevinden dan een zeil of een
andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de opper-
vlakte van de kar, welke bedekking alleen aan de kar en niet,
op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag worden vast-
gemaakt;
d. aan de kar mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeil-
doek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder
en langs de kar naar alle zijden vrij blijve;
e. onder de kar of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, mogen zich
geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
f. de straat onder en in de nabijheid van de kar moet rein blijven;
g. de bereiding, verpakking, bewaring, behandeling en het vervoer
mag uitsluitend geschieden op zindelijke wijze en zoodanig, dat
verontreiniging voldoende wordt voorkomen.
Hiertoe moeten voor het gebruik ter plaatse onmiddellijk
gereed zijnde eetwaren worden bewaard, hetzij in gesloten vaat-
werk, hetzij in met glas bedekte bakken of kisten;
h. de verpakking van eetwaren mag niet geschieden in papier, dat
reeds voor andere doeleinden is gebruikt;
i. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie
de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van
de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig
wordt geoordeeld, zullende de weder-ingebruikneming niet mogen
geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aan-
wijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
[Linkermarge onderaan, handgeschreven:]
uitger.
6/7 '39 Dit document illustreert de strikte regulering van de straathandel in Amsterdam aan het einde van de jaren dertig. De vergunning is uiterst gedetailleerd wat betreft de hygiënevoorschriften (zoals het verbod op hergebruikt papier en de eis voor glazen afdekking) en de ruimtelijke ordening (beperkingen op de afmetingen van de kar en het verbod op omheiningen). Opvallend is de voorwaarde dat de vergunninghouder de kar persoonlijk moet bemannen en geen assistentie mag hebben, wat duidt op een beleid gericht op kleinschalige zelfstandige arbeid. De vergunning is bovendien "tot wederopzeggens toe", wat de gemeente grote flexibiliteit gaf in het beheer van de openbare ruimte. De datering (juli 1939) plaatst dit document in de maanden direct voorafgaand aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De genoemde locaties — de Rapenburgerstraat (woonplaats) en de Nieuwe Keizersgracht (standplaats) — liggen in of direct nabij de Amsterdamse Jodenbuurt. Visverkoop was in deze wijk een traditioneel en veelvoorkomend beroep. De administratieve precisie van de Burgemeester en Wethouders weerspiegelt de bureaucratische structuur van Amsterdam in die tijd, waarbij elk aspect van het openbare leven, van winkelsluitingstijden tot de reinheid van de straat onder een handkar, formeel werd vastgelegd.