Officiële beschikking/vergunning van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële beschikking/vergunning van de gemeente Amsterdam. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Isaac Swart, wonende Vrolikstraat 114, Amsterdam. No 39/191/2 M. 1939 9/9 [stempel]
No. 633 L.M. 1939.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gelet op hun beschikkingen dd. 17 Mei 1926, No. 5/463 L.M. en 16 October 1937, No. 5/747 L.M., waarbij aan Isaac Swart, wonende Vrolikstraat 114, vergunning werd verleend tot het innemen van een vaste standplaats met een handkar ten verkoop van haring, zuurwaren, gedroogde-, gezouten-, gerookte- en gestoomde visch, op den openbaren weg;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, de voorwaarden, waaronder deze vergunning is verleend, aan te vullen;
Geven belanghebbende te kennen, dat hem, onder intrekking van hun bovenaangehaalde beschikkingen tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een handkar ten verkoop van haring, zuurwaren, gedroogde-, gezouten-, gerookte- en gestoomde visch, op den openbaren weg, het verhoogde middengedeelte in de Ruijschstraat, tegenover den zijgevel van perceel Camperstraat 34, om daarvan dagelijks, uitgezonderd des Zondags, gebruik te maken van 11 uur v.m. tot 2 uur n.m.
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. boven de kar mag zich niets anders bevinden dan een zeil of een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de oppervlakte van de kar, welke bedekking alleen aan de kar en niet, op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag worden vastgemaakt;
d. aan de kar mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeildoek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder en langs de kar naar alle zijden vrij blijve;
e. onder de kar of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, mogen zich geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
f. de straat onder en in de nabijheid van de kar moet rein blijven;
g. de bereiding, verpakking, bewaring, behandeling en het vervoer mag uitsluitend geschieden op zindelijke wijze en zoodanig, dat verontreiniging voldoende wordt voorkomen.
Hiertoe moeten voor het gebruik ter plaatse onmiddellijk gereed zijnde eetwaren worden bewaard, hetzij in gesloten vaatwerk, hetzij in met glas bedekte bakken of kisten;
h. de verpakking van eetwaren mag niet geschieden in papier, dat reeds voor andere doeleinden is gebruikt;
i. het is den vergunninghouder ten strengste verboden, zijn waren luidkeels aan te prijzen;
j. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
uitgeg. 7/9 39 [handgeschreven] Dit document is een formele herziening van een eerdere marktvergunning uit 1926 en 1937. Het is een prachtig voorbeeld van de stringente regulering van de Amsterdamse straathandel in de jaren '30. Enkele opvallende punten uit de analyse:
- Strenge gedragsregels: De voorwaarden (a t/m j) tonen een grote focus op hygiëne en openbare orde. Zo was het hergebruik van papier voor verpakking (punt h) verboden en mocht de visboer zijn waren niet "luidkeels aanprijzen" (punt i), wat duidt op een beleid tegen geluidsoverlast.
- Persoonlijke gebondenheid: Voorwaarde 'b' is saillant: Isaac Swart moest de kar zelf bemannen en mocht geen personeel of hulp hebben. Dit wijst op een sociaal beleid waarbij vergunningen werden verleend aan individuen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, in plaats van aan grotere commerciële ondernemingen.
- Locatie en Tijd: De standplaats is zeer specifiek omschreven (Ruijschstraat bij Camperstraat 34) voor een kort tijdsbestek (11:00 - 14:00 uur), precies rond de lunchtijd.
- Esthetiek en Zicht: De regels over zeilen en het verbod op "omheiningen" (punt c en d) dienden om de doorgang en het zicht in de stad vrij te houden. Het document is gedateerd op 7 september 1939. Dit is historisch gezien een cruciaal moment: slechts zes dagen nadat nazi-Duitsland Polen binnenviel en de Tweede Wereldoorlog begon. Nederland was op dat moment nog neutraal en in staat van mobilisatie.
Isaac Swart woonde in de Vrolikstraat 114, in de Oosterparkbuurt. Dit was een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie. Gezien de naam Isaac Swart en de aard van zijn handel (haring en zuurwaren), is de kans groot dat we hier te maken hebben met een Joodse kleine zelfstandige. Voor veel Joodse Amsterdammers was de straathandel een van de weinige manieren om een inkomen te genereren.
Minder dan een jaar na de datum van dit document zou de bezetter beginnen met de systematische uitsluiting van Joden uit het economisch leven, waarbij ook dit soort vergunningen uiteindelijk zouden worden ingetrokken of overgedragen aan niet-Joden. Dit document is daarmee een 'stille getuige' van het dagelijks leven van een Amsterdamse handelaar vlak voor de grote catastrofe.