Officieel afschrift van een vergunning (gemeentebesluit).
Origineel
Officieel afschrift van een vergunning (gemeentebesluit). Uitgegeven op 8 september 1939 (oorspronkelijke beschikking van 22 mei 1936). [Stempel linksboven:] № 39/131/4 M. 1939 9/3
[Handgeschreven rechtsboven:] M. Rijhler DIII (s) / rem. Van de Baer
No. 633 L.M. 1939. / Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gelet op hun beschikking dd. 22 Mei 1936, No. 5/293 '36 waar-bij aan Jozef Boerlijst, geb. 21 April 1900, wonende Prinseneiland 4 hs, vergunning werd verleend tot het innemen van een vaste standplaats met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, de voorwaarden, waaronder deze vergunning is verleend, aan te vullen;
Geven belanghebbende te kennen, dat hem, onder intrekking van hun bovenaangehaalde beschikking, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg, den Grimburgwal, op den verhoogden voetweg, naast den zijgevel van perceel Grimburgwal 4, tegenover de scheiding der perceelen Grimburgwal 5 en 7, 1 M. achter het verlengde van de voorgevelrooilijn van perceel No. 4, om hiervan des Zondags, des Woensdags en des Vrijdags van 12 uur 's middags tot 14.30 uur des namiddags gebruik te maken en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken, zich bij den verkoop niet doen bijstaan en geen andere standplaats innemen, dan de hem door de Politie aangewezen;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. het is den vergunninghouder ten strengste verboden, zijn waren luidkeels aan te prijzen;
e. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij ½ M.;
f. het op eenigerlei wijze op- of uitbouwen van de gebezigde mand is niet toegestaan;
g. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Politie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
h. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer door deze wordt noodig geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming;
i. de vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het Bureau van de 1e afdeeling der 4e Politiesectie en aan het Hoofdkantoor van den Dienst [tekst breekt af/loopt door onderaan]
[Handgeschreven onderaan:] uitge. 8/9 '39. Dit document is een specifiek voorbeeld van de strikte regulering van straathandel in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Enkele opvallende punten:
- Strikte Beperkingen: De vergunning is zeer specifiek wat betreft locatie (exacte meters t.o.v. gevels), tijd (slechts 2,5 uur per dag op drie specifieke dagen) en afmetingen (slechts 1 meter bij 50 centimeter).
- Gedragsvoorschriften: Opvallend is punt 'd', het verbod op "luidkeels aanprijzen". Dit duidt op een beleid om overlast van straatverkopers in de binnenstad te beperken.
- Persoonlijk recht: De vergunning is strikt persoonsgebonden; de houder mag zich niet laten bijstaan, wat wijst op een beleid om alleen kleine zelfstandigen (vaak als vorm van sociale steun) een plek te gunnen zonder dat dit uitgroeit tot een groter bedrijf.
- Politiecontrole: De politie heeft een grote rol in het toezicht; zij kunnen de standplaats op elk moment laten ontruimen (punt h) en de vergunninghouder moet direct alle papieren kunnen tonen (punt i). Het document dateert van september 1939. Hoewel de Tweede Wereldoorlog op dat moment in Polen was uitgebroken, was Nederland nog neutraal en functioneerde het civiele bestuur in Amsterdam nog op reguliere wijze. De Grimburgwal, gelegen in de oude binnenstad nabij de Oudemanhuispoort, was destijds (net als nu) een drukke plek waar handelsactiviteit strikt gereguleerd moest worden om de doorgang niet te belemmeren.
De vergunninghouder, Jozef Boerlijst, was op dat moment 39 jaar oud. Het feit dat hij vanaf een "verhoogde voetweg" met een mand bloemen mocht verkopen, suggereert een bescheiden vorm van ambulante handel, waarschijnlijk bedoeld als een minimale bron van inkomsten. De administratieve precisie (met stempels en handtekeningen voor ontvangst door verschillende politiediensten) toont de verregaande bureaucratisering van het Amsterdamse marktwezen in die periode.