Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders. 1939 (betreft een wijziging van een beschikking uit 1937). No 39/261/3 M. 1939 11/12 Fr. Muller
No. 5/193 L.M.1939 Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gelet op hun beschikking d.d. 14 Juni 1937, No.5/333 L.M.,
waarbij aan Benjamin Waterman, geboren 28 December 1881, wo-
nende Sint Antoniesbreestraat 73/II, vergunning werd verleend
tot het innemen van een vaste standplaats met een handkar ten
verkoop van versche visch op den openbaren weg;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, de voorwaarden, waar-
onder deze vergunning is verleend, te wijzigen;
Geven belanghebbende te kennen, dat hem, onder intrekking
van hun bovenaangehaalde beschikking, tot wederopzeggens toe,
wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een handkar
ten verkoop van versche visch op den openbaren weg, den rijweg
van de Houtkoopersdwarsstraat, onmiddellijk tegen en evenwijdig
aan het Zuid-Oostelijke voetpad, op minstens 5 M. achter de
gevelrooilijn der huizen van het Waterlooplein tegenover den zij-
gevel van perceel Waterlooplein 25, om daarvan dagelijks, uit-
gezonderd des Zaterdags en Zondags vanaf 10 uur v.m. gebruik
te maken gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd
artikel volgens de Verordening op de Winkelsluiting is toege-
staan,
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling
worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning
gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. boven de kar mag zich niets anders bevinden dan een zeil of
een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de op-
pervlakte van de kar, welke bedekking alleen aan de kar en niet,
op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag worden vast-
gemaakt;
d. aan de kar mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeil-
doek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder
en langs de kar naar alle zijden vrij blijve;
e. onder de kar of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, mogen zich
geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
f. de straat onder en in de nabijheid van de kar moet rein blijven;
g. als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde lampen
mag geen benzine worden gebruikt, terwijl de naaldafsluiter,
welke zich bevindt in de brandstofleiding tusschen het brand-
stofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den open
stand moet zijn voorzien;
h. de bereiding, verpakking, bewaring, behandeling en het vervoer
mag uitsluitend geschieden op zindelijke wijze en zoodanig, dat
verontreiniging voldoende wordt voorkomen. Dit document is een getypt afschrift van een gemeentelijk besluit, gekenmerkt door de juridische en administratieve taal van de late jaren '30. Het document bevat diverse handgeschreven aantekeningen in de kantlijn en onderstrepingen in de tekst, wat duidt op actief gebruik door een ambtenaar of controleur.
De vergunning is zeer specifiek geformuleerd. Niet alleen de exacte locatie (tot op de meter nauwkeurig ten opzichte van de gevelrooilijn) is vastgelegd, maar ook de fysieke verschijning van de handkar. Opvallend zijn de strikte hygiëne- en veiligheidseisen, zoals het verbod op benzine in de verlichting en de eis dat het uitzicht rondom de kar vrij moet blijven. De bepaling dat de houder zich niet mag laten bijstaan (punt b), onderstreept het karakter van de kleine zelfstandige straathandel uit die tijd. Het document dateert uit 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De betrokkene, Benjamin Waterman, woonde in de Sint Antoniesbreestraat 73/II. Dit adres bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De locatie van de standplaats (nabij het Waterlooplein) was eveneens een centrum van Joodse handel en bedrijvigheid.
De vermelding dat er niet gewerkt mag worden op "Zaterdags en Zondags" is hierbij interessant. Voor een Joodse koopman was de zaterdag (Sjabbat) de rustdag, terwijl de zondag de algemene rustdag was in Nederland. Dergelijke documenten vormen een belangrijke bron voor sociaal-economisch onderzoek naar de straathandel en het dagelijks leven in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting.