Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 19 september 1939. A. Hosman. N-o 39/240/1 M. 1939 20/9
in H. Muller
A'dam 19 - 9 - 1939
Mijnheer daar ik u schrijven ontvangen heb.
en door tijdomstandigheden in moeilijkheden
ben geraakt met mijn standplaats kan u zich wel
voorstellen dat er geen buitenlander in geen enkel
hotel meer te bevinden is, u kan zich wel voor_
stellen, dat er voor mijn niets meer te verdienen
op mijn standplaats. Maar aangezien wil
ik doch ter goede trouw de achterstallige
schuld op een ackoord met u gaan,
daar ik u mijn eere woord geef zal ik beginnen
1 October 5 gulden 15 October weer 5 gulden en
het laatst van October weer vijf gulden. dan is
het meesten van de schuld betaald.
Hoopende dat u daar mede ackoord gaat
en de tijdomstandigheden in aanmerking
neemt.
Hoogachtend.
A Hosman
Tugaleweg 133 I
(Oost)
A'dam. In deze brief wendt A. Hosman zich tot een schuldeiser (vermoedelijk een instantie of een zakelijk contact) om een betalingsregeling te treffen. De kern van het probleem zijn de "tijdomstandigheden" die zijn inkomsten op zijn "standplaats" hebben doen opdrogen. Hosman wijst specifiek op het wegblijven van buitenlanders in hotels, wat suggereert dat zijn beroep nauw verbonden was met toerisme of internationaal zakelijk verkeer (bijvoorbeeld als taxichauffeur, gids of straatverkoper bij hotels). Hij stelt een concreet afbetalingsschema voor van drie keer vijf gulden in de maand oktober om zijn "achterstallige schuld" in te lossen. Het taalgebruik is formeel en getuigt van een sterke morele verplichting ("ter goede trouw", "mijn eere woord"). De datum van de brief, 19 september 1939, is historisch zeer relevant. Slechts achttien dagen eerder, op 1 september 1939, was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken met de Duitse inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, zorgde de oorlogsdreiging en de algemene mobilisatie voor een onmiddellijke economische schok. Het internationale reizigersverkeer viel vrijwel direct stil, wat de verklaring vormt voor de lege hotels waar de schrijver over spreekt. De Tugaleweg, waar Hosman woonde, ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds zwaar getroffen werd door de economische malaise van de crisisjaren en de naderende oorlog. A. Hosman H. Muller
Samenvatting
In deze brief wendt A. Hosman zich tot een schuldeiser (vermoedelijk een instantie of een zakelijk contact) om een betalingsregeling te treffen. De kern van het probleem zijn de "tijdomstandigheden" die zijn inkomsten op zijn "standplaats" hebben doen opdrogen. Hosman wijst specifiek op het wegblijven van buitenlanders in hotels, wat suggereert dat zijn beroep nauw verbonden was met toerisme of internationaal zakelijk verkeer (bijvoorbeeld als taxichauffeur, gids of straatverkoper bij hotels). Hij stelt een concreet afbetalingsschema voor van drie keer vijf gulden in de maand oktober om zijn "achterstallige schuld" in te lossen. Het taalgebruik is formeel en getuigt van een sterke morele verplichting ("ter goede trouw", "mijn eere woord").
Historische Context
De datum van de brief, 19 september 1939, is historisch zeer relevant. Slechts achttien dagen eerder, op 1 september 1939, was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken met de Duitse inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, zorgde de oorlogsdreiging en de algemene mobilisatie voor een onmiddellijke economische schok. Het internationale reizigersverkeer viel vrijwel direct stil, wat de verklaring vormt voor de lege hotels waar de schrijver over spreekt. De Tugaleweg, waar Hosman woonde, ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds zwaar getroffen werd door de economische malaise van de crisisjaren en de naderende oorlog.