Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 november 1939. Mevr. M. Nebig. № 39/307/1 M. 1939 21/11
Amsterdam 19 Nov.
ni Insp.
Mijnheer,
Hiermede wil ik u mededeelen, dat mijn man eenige maanden ziek is en van 19 Oct: in het ziekenhuis ligt. Daar zijn standplaats van October tot Maart vrijgesteld is wegens de wintermaanden, en hij nu nog eenige weken schuld heb, wil ik u vragen nog eenige vrijstelling en zullen wij dit direct voldoen wanneer mijn man uit het ziekenhuis komt. Hopend dat u er genoegen mee kan nemen verblijf ik met de meeste hoogachting
M. Nebig
Repelstraat 78. * Inhoud: De schrijfster, M. Nebig, richt zich tot een (waarschijnlijk gemeentelijke) instantie om uitstel van betaling of verdere vrijstelling te vragen voor de standplaatsgelden van haar echtgenoot.
* Reden: De echtgenoot is al enkele maanden ziek en is op 19 oktober opgenomen in het ziekenhuis.
* Kern van het verzoek: Hoewel de standplaats in de wintermaanden (oktober tot maart) blijkbaar al is vrijgesteld, is er nog een achterstand van enkele weken ("schuld"). De schrijfster vraagt om coulance en belooft direct te betalen zodra haar man uit het ziekenhuis wordt ontslagen.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een formeel-beleefde toon, typerend voor die tijd, hoewel er een kleine grammaticale fout in staat ("schuld heb" in plaats van "heeft"). De brief dateert van november 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar vóór de Duitse inval in Nederland. De term "standplaats" duidt er doorgaans op dat de echtgenoot werkzaam was als marktkoopman of straathandelaar.
De Repelstraat in Amsterdam lag in de buurt van de Transvaalbuurt. In deze periode woonden er veel Joodse gezinnen in deze wijk die afhankelijk waren van de handel op markten. Gezien de datum en de achternaam "Nebig" (een naam die voorkomt in de archieven van de Jodenvervolging) is dit document een tastbaar bewijs van de sociaaleconomische kwetsbaarheid van een Amsterdams gezin aan de vooravond van de bezetting. De administratieve stempels suggereren dat de brief is behandeld door een gemeentelijke afdeling (mogelijk Marktwezen of Financiën). M. Nebig Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De schrijfster, M. Nebig, richt zich tot een (waarschijnlijk gemeentelijke) instantie om uitstel van betaling of verdere vrijstelling te vragen voor de standplaatsgelden van haar echtgenoot.
- Reden: De echtgenoot is al enkele maanden ziek en is op 19 oktober opgenomen in het ziekenhuis.
- Kern van het verzoek: Hoewel de standplaats in de wintermaanden (oktober tot maart) blijkbaar al is vrijgesteld, is er nog een achterstand van enkele weken ("schuld"). De schrijfster vraagt om coulance en belooft direct te betalen zodra haar man uit het ziekenhuis wordt ontslagen.
- Taalgebruik: De brief is geschreven in een formeel-beleefde toon, typerend voor die tijd, hoewel er een kleine grammaticale fout in staat ("schuld heb" in plaats van "heeft").
Historische Context
De brief dateert van november 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar vóór de Duitse inval in Nederland. De term "standplaats" duidt er doorgaans op dat de echtgenoot werkzaam was als marktkoopman of straathandelaar.
De Repelstraat in Amsterdam lag in de buurt van de Transvaalbuurt. In deze periode woonden er veel Joodse gezinnen in deze wijk die afhankelijk waren van de handel op markten. Gezien de datum en de achternaam "Nebig" (een naam die voorkomt in de archieven van de Jodenvervolging) is dit document een tastbaar bewijs van de sociaaleconomische kwetsbaarheid van een Amsterdams gezin aan de vooravond van de bezetting. De administratieve stempels suggereren dat de brief is behandeld door een gemeentelijke afdeling (mogelijk Marktwezen of Financiën).